Elke maand gratis nieuwsbrief:

Nachtheks

Afbeelding voor

In totale stilte glijdt het houten vliegtuig door de nacht. Het zoekt een nederzetting gelegen in de buurt van Mozdok, een stad in het noorden van de Kaukasus. Het gaat om een dorpje met drie of vier houten gebouwen, waar eerder die avond een aantal Duitse voertuigen is gezien.

Aan de stuurknuppel zit de 24 jarige Tataarse Olga, piloot bij het 588ste Russische bommenwerper regiment. Deze eenheid vliegt verouderde Polikarkov tweedekkers en heeft uitsluitend vrouwelijke piloten. 

De nazi’s kennen het regiment als de “Nachtheksen”. De bijnaam refereert aan de aanvalstechniek waarin de piloten ruim een kilometer voor het doel de motor van hun trage vliegtuig uitzetten en zo onhoorbaar naar het doel zweven om daar dan met uiterste precisie hun bommen te laten vallen. 

Het is haar vijfde missie van de nacht en vast niet de laatste, zo weet Olga. De fascisten hebben het Rode Leger met de rug tegen de machtige rivier de Wolga gedrukt. In een paar gebouwen langs die rivier houdt het leger van de USSR in de stad Stalingrad stand tegen een overmacht aan Duitsers, Italianen, Hongaren, Roemenen, Italianen en Nederlanders. Olga vecht verder naar het zuiden, waar ze in de bergen van de Kaukasus probeert te verhinderen dat de nazi’s de olievelden innemen. 

Het is koud in de open cockpit en dat vindt Olga fijn, want de frisse wind helpt haar om wakker te blijven. Zonder motor hoort ze alles wat er om haar heen gebeurt en in de duisternis zijn haar oren haar eerste verdediging. 

De Polikarpov PO-2 dubbeldekker is gemaakt in de jaren ’20 om akkers te besproeien. Het bestaat voornamelijk uit hout en stof en is erg brandbaar. De Rode luchtmacht noemt het daarom “Kerosine lantaarns”. Het toestel is uiterst traag, maar daardoor juist erg wendbaar. Als landbouwvliegtuig kan het overal optuigen en landen en is het bovenal betrouwbaar en makkelijk te onderhouden

Op links hoort Olga een andere tweedekker. De bedoeling is dat die langs het doel vliegt om verwarring te zaaien en luchtafweergeschut te misleiden. Rechts van haar moet haar vriendin Zoya vliegen.

Ze hebben elk zes fragmentatiebommen van twintig kilo bij zich. Dat zijn geen zware bommen en het zijn er niet veel, maar als je die precies boven op het doelwit gooit dan is alles behalve een zware tank kapot. Van mensen blijft helemaal niets over. 

Ze zweeft nu een meter of 10 boven de bomen en speurt in het donker naar een weg die daar ergens beneden moet lopen en die haar naar de nederzetting zal leiden. In het flauwe licht van haar zaklamp ziet ze op een kaart dat het niet ver meer kan zijn. 

Daar! Het einde van de bomenrij. Haar kameraden hebben het ook gezien en vliegen van haar weg om aan de andere kant van het dorpje voor onrust te zorgen, zodat de bommenwerper ongezien het doel kan bereiken.

Olga pakt met beide handen de beugel van haar stuurkolom vast en trekt de tweedekker meer horizontaal. Onmiddellijk neemt de snelheid af. Ze draait het vliegtuig iets van koers, zodat zij en haar waarnemer in de stoel achter haar een beter overzicht hebben. 

Ze zien het dorpje liggen. Drie huizen, wat schuren en een loods met twee verdiepingen. Het is inderdaad niet ver meer. Ze knijpt in de stuurkolom en stuurt het toestel naar rechts. Daar gaan ze, voor de vijfde keer deze nacht. 

Olga zweeft over het dorp. Ze hoort het ruisen van de wind langs de staalkabels van de dubbeldekker. Beneden schreeuwt iemand en er valt een schot. En nog één.

Ze drukt de stuurkolom naar voren en dwingt het houten vliegtuig in een kleine duikvlucht. Ze mikt op de plaats tussen de loods en één van de huizen. Ze ziet een aantal deuren open gaan en begint te tellen drie, twee, één en weg zijn de bommen. 

Ze trekt de stuurkolom zo ver ze kan naar zich toe, zodat het vliegtuig uit de duikvlucht komt en een weg naar boven zoekt. Beneden klinken nu meer schoten, gevolgd door een serie explosies van de bommen. Olga start de motor en stuurt naar rechts, weg van de vijand. 

Vlammen verlichten de omgeving en Olga vliegt met een boog terug naar het dorp. Ze heeft geen bommen meer, maar nu is het haar beurt om de vijand af te leiden. 

Ze vliegt wild om en over het dorp, terwijl haar waarnemer de situatie in de gaten houdt en de aanval van haar kameraden volgt. De Duitse luchtmacht laat zich gelukkig niet zien. 

Zoya valt als laatste aan. Vanuit het kleine dorp wordt nu met zware machinegeweren terug geschoten. De lichtspoormunitie trekt witte strepen door de lucht en Olga ziet de bommen op de loods vallen. 

Ze verzamelen boven het bos en vliegen met zijn drieën terug naar de basis. De tweedekkers van Olga en Zoya zijn redelijk beschadigd. 

De dames vertrekken naar de kantine om daar bij de kachel en met een kop hete thee warm te worden. Terwijl de toestellen worden volgetankt en voorzien van nieuwe bommen, zijn technici met naald, draad en lijm in de weer om de schade te herstellen. Over 20 minuten vertrekken ze weer, want de kaarten en instructies voor de zesde missie van die nacht worden bij de thee geserveerd.

Deel dit:

Wie is de volgende?

Afbeelding voor

Slaperig kijkt Erich naar de klok. Het is half vijf in de ochtend en het alarm gaat af. Ergens staat iets in de brand. 

Hij wrijft de slaap uit zijn ogen, neemt een paar slokken water en stapt uit bed. Het is begin november en echt al fris. Hij schiet in een broek en trui die hij van de grond raapt en haast zich op zijn fiets naar de brandweercentrale. 

Daar staan veel mensen voor de deur. “Vreemd,” denkt Erich, “wat doen ze hier om deze tijd?” 

Hij worstelt zich een weg door de menigte om bij de deur te komen. Als hij die wil openen, laten ze dat niet toe. Hij mag de centrale niet in en weet niet wat hem overkomt: “Er staat iets in de brand, we moeten de brandweerwagens … ”

Voordat hij zijn zin kan afmaken pakt iemand hem vast en wordt hij door de menigte heen naar de overkant van de straat gesleurd. 

Als hij zich los geworsteld heeft, kijkt hij in het bebloede gezicht van zijn goede vriend en brandweercollega Otto. Erich is verbaasd over hoe slecht Otto eruit ziet. Alsof hij een ongeluk gehad heeft en met zijn fiets tegen een muur is geknald. 

Hij begint te praten, maar Otto legt gelijk een hand op zijn mond: “Erich, wees stil! De synagoge staat in brand. Ik kwam er langs, probeerde het vuur uit te maken en werd door een horde mensen in elkaar geslagen. Ik weet ook niet wat er aan de hand is.”

Erich weet niet wat hij moet zeggen. Vol ongeloof staart hij de grote Otto aan: “In elkaar geslagen? Jij?”

Meer brandweerlieden verzamelen zich, maar het duurt nog een paar uur voordat ze eindelijk de centrale in mogen. Heel voorzichtig rijden ze de wagens naar buiten en gaat het richting synagoge. 

Ook daar treffen ze een grote menigte aan en die voorkomt dat de brandweerwagens in de buurt van het voor de joden heilige huis komen. Er komt een man in een bruin uniform aangelopen. Hij geeft de brandweercommandant het bevel dat er niet geblust mag worden. 

Het gaat tegen de eed in die de brandweerlieden gezworen hebben en her en der is gemor te horen. “Zwijgen!” Zegt de commandant en dan wijst hij op de menigte burgers: “De vijand luistert mee en voordat je het weet gaan die meelopers het vuile werk opknappen.”

Erich en Otto klimmen van de wagen. Behoedzaam kijken ze om zich heen. Erich pakt een schep: “Je weet maar nooit.”

De sfeer is grimmig en de vlammen slaan hoog uit de synagoge. De menigte joelt en juicht, terwijl politie-agenten en partijleden joden dwingen om voor de brandende synagoge te knielen en daar met de handen in de lucht te blijven zitten. 

“Wat gebeurt hier?” Vraagt Erich hardop. 

“Shhht.” Zegt Otto, terwijl hij naar de rij knielende Joden wijst. “Zo zit je daar ook.”

Dan komt de nazi aanlopen. Dit keer vraagt hij de brandweerlieden om met zand het vuur binnen de synagoge te houden. Het mag niet overslaan op andere gebouwen, maar er mag niet geblust worden, want het vuur moet zelf uitbranden.

Otto pakt drie emmers zand en geeft er één aan Josef: “Pak voor mij een bats en kom mee.” 

Samen lopen ze naar de zijkant. 

Daar staan ze de hele dag geïrriteerd op brandwacht. Af en toe bedekken ze een regen vonken met een paar scheppen zand, maar veel is er niet te doen. Ze verbazen zich over de vele inwoners van de stad die komen kijken. 

“De meesten lijken te genieten van de fik.” Zegt Erich. 

Jan wrijft over de korsten op zijn gezicht: “Ik weet het. Ik heb het vanochtend zelf ondervonden.”

“Weet je,” zegt Erich, “Wie zouden er na de Joden aan de beurt zijn? Protestanten? Of wij, de Katholieken?”


Gebaseerd op een brief waarin een brandweerman zijn ervaringen tijdens de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938 beschrijft.

Deel dit:

Ethiek

Afbeelding voor

In iedere oorlog gebeuren dingen die niet door de beugel kunnen en sinds 1945 worden plegers van misdrijven tegen de mensheid vervolgd. Maar in dat vervolgen zijn we heel selectief. Als we iets aan een oorlogsmisdadiger hebben, dan zijn carrièrekansen van die misdadigers eindeloos. Er zijn altijd mensen die dat voor ze regelen. En hoewel die oorlogsmisdadigers voor het leven gebrandmerkt zijn, blijven die mensen achter de schermen volledig buiten beeld, zoals de Amerikaanse dokter Edwin V. Hill M.D. 

De kans dat jij een oorlogsmisdadiger in je vriendenkring hebt, acht ik niet zo heel groot, maar echt iedereen kent een Dr. Hill. In de tweede wereldoorlog maakte zo’n type ten koste van alles foute wapens, maar nu werken ze bijvoorbeeld in de voedingsmiddelenindustrie waar ze dan de wetgeving te slim af willen zijn en niet per definitie het beste voor hebben met je gezondheid. Of bij een producent van electrische auto’s waar ze over de rug van Afrikaanse kinderen werken aan winstmaximalisatie. Of ze zijn presidentskandidaat en uitsluitend bezig met een eigen agenda. 

Biologische oorlogsvoering als speerpunt

In de tweede wereldoorlog is Dr. Hill de baas over Fort Detrick, de thuisbasis van het Amerikaanse programma voor chemische oorlogsvoering. Hill wil niets liever dan het Amerikaanse leger voorzien van de beste biologische wapens en droomt van een virus dat zonder tussenkomst van soldaten de vijand kan uitroeien. Ontwikkelingen op Fort Detrick hebben voor het Amerikaanse leger, op het atoomonderzoek na, de hoogste prioriteit. 

Operatie Paperclip

Als de tweede wereldoorlog ten einde loopt, ontwikkelt het Amerikaanse leger omvangrijke programma’s om zoveel mogelijk technologie en wetenschappers van de verslagen vijanden buit te maken. Daarin gaan ze heel ver, want ze dringen er zelfs gebieden voor binnen die in verdragen aan de USSR zijn toegezegd. De installataies daar strippen ze van alle waardevolle spullen, documenten en mensen. 

Bekendste nazi-kopstuk dat vervolgens wordt vrijgesteld van vervolging voor oorlogsmisdaden en in Amerikaanse dienst treedt is Wernher von Braun, onder HItler verantwoordelijk voor de terreurwapens. Als raketgeleerde brengt hij de Amerikanen naar de maan, verdient de Amerikaanse nationaliteit en wordt directeur van Nasa.

Dokter Shiro Ishii, de Japanse Josef Mengele
Dokter Shiro Ishii, de Japanse Josef Mengele

De Japanse Josef Mengele

Minder bekend is de moeite die de Amerikanen doen voor dokter Shiro Ishii. Deze Japanse arts experimenteert tussen 1931 en 1945 op levende mensen. Hij doet omvangrijke onderzoeken om uit te vinden hoe lang mensen zonder eten kunnen en hoeveel pijn ze kunnen verdragen. Hij opereert zonder verdoving op levende mensen en wisselt organen uit om te onderzoeken hoe levende lichamen daarmee omgaan. Hij injecteert allerhande vloeistoffen om te zien hoe mensen daarop reageren en experimenteert op grote schaal met chemicaliën, schimmels en virussen. 

Ishii gebruikt voor zijn experimenten Japanse criminelen. Een ontsnapping van een aantal gevangenen brengt de misdaden aan het licht en gooit zo in 1934 roet in het eten. Het schokt de publieke opinie en daardoor moet het leger de faciliteiten dichtgooien. 

Eenheid 731

Twee jaar na het sluiten van zijn biologische kamp, krijgt Ishii een directe opdracht van de Keizer om zijn experimenten in de veroverde regio’s in China op grote schaal voort te zetten. Het is de geboorte van de uiterst beruchte ‘Eenheid 731’. 

Hij begint in gevangenkampen, maar breidt de experimenten later uit naar veroverde steden. Hij zet virussen uit en experimenteert met het vergiftigen van de drinkwatervoorziening om een aantal van zijn minst-grove experimenten te noemen. Enige honderdduizenden mensen komen daarbij om, vooral Chinezen maar in het kader van rassenonderzoek ook veel krijgsgevangenen uit bijvoorbeeld de Filippijnen en Nederlands-Indië. 

In 1945 krijgt hij opdracht om een grootschalige biologische aanval op California voor te bereiden. Dit moet het pronkstuk op zijn CV worden, maar de oorlog eindigt 5 weken te vroeg. 

Dr. Hill op zoek naar waardevolle oorlogsmisdadigers

Ishii en alle medewerkers van ‘Eenheid 731’ staan aan het eind van de oorlog op de lijst van de Amerikanen en de USSR om voor het gerecht te slepen, net zoals ieder nazi-kopstuk dat direct gelinkt kan worden aan de Holocaust. De resultaten van de onderzoeken naar misdrijven van de eenheid en dokter Ishii in het bijzonder zijn te verschrikkelijk voor woorden, zo vinden zowel Amerikaanse als Russische aanklagers.

Terwijl de aanklachten worden voorbereid, duikt plotseling Dr. Edwin Hill op. Hij wil deze Japanse ‘wetenschapper’ graag in zijn team hebben, vanwege zijn ervaring met ‘activiteiten die in Amerika lastiger zijn uit te voeren’. De USSR is mordicus tegen en vindt dat deze Japanse arts moet worden berecht, zoals alle nazi’s die experimenten op mensen uitvoerden. De lobby van Dr. Edwin Hill is echter te sterk en zo verdwijnt Shiro Ishii tot grote ergernis van de USSR van het toneel. 

Ishii ruilt een carrière bij Amerikaanse laboratoria voor biologische oorlogsvoering tegen een vrijrstelling van vervolging voor misdrijven tegen de mensheid en verdwijnt voor ruim 10 jaar uit beeld. In 1958 duikt hij onverwacht op bij een reünie van de medewerkers van ‘Eenheid 731’. Hij geeft daar een afscheidstoespraak, verhuist naar Tokyo en overlijdt daar een jaar later aan kanker.

Experimenten op levende Amerikanen

En Dr. Hill? Daar is niet zoveel over te vinden. Niet eens een foto. 

Mogelijk heeft dat ermee te maken dat het Amerikaanse laboratorium waar Ishii ‘adviseur’ is, in 1955 overgaat tot tests met levende mensen. Iets waar de Amerikanen met de kennis van nu niet erg trots op zijn. 

Voor die experimenten worden initieel vrijwilligers en ter dood veroordeelde gevangenen gebruikt, maar als die er vanwege de bruutheid staken, dan schakelt het leger over op Zevendedagadventisten. Die weigeren vanwege hun geloof dienstplicht en mogen daarom conform de Amerikaanse wetgeving voor experimenten ingezet worden. Deze experimenten gaan tot 1974 door, dus ruim na de dood van de Japanse misdadiger.

Deel dit:

Tattoo you

Tattoo you

Deze drie Joodse mannen kwamen op dezelfde dag aan bij vernietigingskamp Auschwitz. Als iedere gevangen tattoëerden de nazi’s hun unieke nummer op de onderarm. Er zitten 10 nummers tussen. Ze overleefden en kwamen in verband met een ‘ooggetuige project’ nog één keer bij elkaar. Opdat we ze nooit vergeten.

Deel dit:

Bent u een vluchteling?

In het stadhuis vult een oude man een formulier in. 

Bij Geboorteplaats schrijft hij op: “Leningrad.”

Bij Woonplaats: “Sint-Petersburg.”

De gemeentemedewerker is 18-20 jaar oud en controleert het formulier: “Reden voor verhuizing?”

“Staatsgreep” antwoordt de man stoïcijns. 

De jonge overheidsmedewerker kijkt aandachtig naar de oude man: “Bent u dan een vluchteling?”

Deel dit:

Het fornuis

Afbeelding voor None

Toen we terugkwamen bij onze uitkijkpost signaleerde mijn maat: “Ze zitten er weer, 2e verdieping, 1e raam van rechts.” Ik volg zijn vinger en zie duidelijk het groene glas van hun nachtkijker. 

We zitten een 40 meter uit elkaar. Zij dus op de 2e verdieping, wij op de derde. Zij houden ons in de gaten met hun nachtkijker, wij horen hen dankzij het krakende glas onder hun voeten. 

Op elkaar schieten heeft niet zoveel zin. Bovendien kennen we elkaars taktieken. Zij weten dat we niet aan kunnen vallen en wij weten dat zij met te weinig zijn. Ze houden ons in de nacht in de gaten, schieten bij het krieken van de dag een paar granaten af en gaan er dan vandoor. Zo gaat het al dagen. 

Bommen en granaten

Dat wij niet aanvallen heeft te maken met het comfortabele appartement dat we geconfisceerd hebben. Die heerlijke grote bedden willen we niet kwijt. Na maanden van afzien, hebben we alle orders genegeerd en een keer gekozen voor luxe, welliswaar zonder nooduitgang. 

Eén granaat door de ventilatieopening en we zijn er allemaal geweest. Onze enige remidie daartegen is om ze goed in de gaten te houden. Als de Tsjetjenen aanvallen, dan hebben we één kans om te ontsnappen. 

Afhankelijk van hun route kunnen we de trap af naar de hoofduitgang, of naar het balkon waar één van ons vieren altijd de wacht houdt. Maar met Tsjetjeense sluipschutters in de buurt is die route een soort Russische roulette waar er tenminste één van ons altijd aan het kortste eind gaat trekken.

Het wordt dag en onze wachtpost hoort twee korte fluitsignalen. Even later ploffen de granaten ten teken dat de opstandelingen er vandoor gaan.

Sporen in het stof

De volgende avond zien we de nachtkijker niet. Ze zijn er dus waarschijnlijk niet. Gedurende de hele nacht zien we geen activiteit. 

Bij het eerste licht kunnen mijn maat en ik onze nieuwsgierigheid niet langer bedwingen. In de schemer sluipen we richting die tweede verdieping, terwijl de andere twee van onze eenheid de wacht houden en ons dekking geven. Er valt geen schot en als je niet beter weet zijn we aan het urbexen. 

In de dikke laag stof op de grond van het appartement op de tweede verdiepingen zien we sporen van legerlaarzen en sportschoenen. De laarzen zijn vast van de sluipschutter met de nachtkijker, want die sporen zien we vooral bij het raam. De sportschoenen zijn van zijn maat die hem dekking moet geven en met granaten en munitie zeult. 

Prachtig staaltje Russisch fabrikaat

In de kleine keuken die bij het appartement hoort vinden we op de grond een raketwerper van Russische makelij. Hij blijkt vastgelopen en de granaat zit er nog in. Tja, dat gebeurt soms. 

De Tsjetjenen hebben de raketwerper dus de trap op gedragen en gepoogd ons appartement onder vuur te nemen. Toen dat mislukte omdat de raketwerper dienst weigerde hebben ze het ding op de keukenvloer gegooid en zijn ze er vandoor gegaan. 

We lachten erom. Wij leven dus nog dankzij dit prachtig staaltje Russsisch fabrikaat. Vast in elkaar gezet door een dronken of slecht gemotiveerde metaalbewerker. Ach ja, je kan het slechter treffen. 

De hel breekt los

In de keuken staat een klein fornuis voor 1 pan. Aangezien we in ons luxe appartement zo’n ding niet hebben, nemen we de pit mee. 

Bij het verlaten van het gebouw schiet er aan de Tsjetjeense kant een lichtkogel omhoog. Ze hebben blijkbaar die twee Russische idioten met dat fornuis gezien en maken zich klaar voor de afrekening. 

We begrijpen wat komen gaat en als berggeiten rennen we over de bergen puin van de kapotgeschoten stad naar ons appartement. Kogels en granaten vliegen ons om de oren, maar onze schat verliezen we natuurlijk niet. 

Afkicken

Hard lachend rennen we we ons appartementencomplex in. Eenmaal binnen vallen we op de grond van het lachen en rollen in het stof. Buiten woedt de oorlog. Ruim een half uur bulderen we van het lachen om onze zenuwen eruit te gooien. 

Op dat moment is mijn wereld niet groter dan dat fornuis en mijn maat waarmee ik dit hachelijke avontuur beleefde. Hij is de belichaming van alles dat leeft en gebeurt. Hij is mijn familie en mijn beste vriend. Voor hem doe ik alles, zoals hij dat voor mij doet. 

Nawoord

Ervaringen van Arkadoe Babsjenko, soldaat tijdens de tweede Tsjetsjeense oorlog van 1999 tot 2010, de eerste periode waarin Vladimir Poetin President was van de Russische federatie. De oorlog begon nadat Islamitische strijders in Dagestan een onafhankelijke republiek uitriepen. Poetin accepteerde dat niet en liet het Russische leger keihard en met de zwaarste wapens ingrijpen. Het duurde ruim tien jaar totdat de Russen de rebellen hadden uitgeschakeld. Het is onbekend hoeveel doden er vielen, maar over het algemeen spreekt men over 50.000 tot 250.000 doden.

Deel dit:

Het einde bij de brug

Afbeelding voor None

Op 17 september lanceerden de geallieerden Operatie Market Garden met als doel om alle bruggen over de grote rivieren in Nederland te veroveren. Als ze eenmaal over de Rijn zouden zijn, dan was het een peuleschil om de belangrijkste Duitse industrie in het Rührgebied uit te schakelen en zo de oorlog snel tot een eind te brengen. Het zou niet lukken. 

De operatie verliep vanaf het eerste moment moeilijk. Materiaaltekorten en mist verhinderde dat de parachutisten volgens de planning konden worden aangevoerd en de Duitsers hoefden in veel gevallen geen versterkingen aan te voeren, want rond Arnhem lag het 2e Duitse SS corps bestaande uit 2 beschadigde tanksdivisies. 

4 dagen

De Engelsen zouden de brug veroveren en maximaal twee dagen vast moeten houden. Dan zouden de tanks en infanterie er zijn, die vanuit Eindhoven via Nijmegen oprukten. 

Die versterkingen zouden nooit komen, dus de Engelsen waren op zichzelf aangewezen. Ondanks zware Duitse aanvallen met tanks en kanonnen wisten de licht bewapende Engelse parachutisten het maar liefst 4 dagen bij de brug vol te houden. 

Briggs

Eén van die mannen is kapitein Bernard Walter Briggs. Na de landing bereikte bij als één van de 900 de brug, maar werd daar omsingeld door tanks en zwaar bewapende Duitse infanterie. 

In de nacht van 17 september kreeg hij het bevel over een of een ad hoek samenstelde groep soldaten. Zijn gevechtseenheid bestond uit genie-soldaten, verbindingstroepen en ondersteundende manschappen. Hij moest een belangrijke sector ten Oosten van de brug verdedigen. 

Vanuit tactisch oogpunt was het een lastige positie. De huizen waar hij zich met zijn mannen verschanste keken uit op fruitbomen en daardoor konden de Duitsers ongezien dichtbij komen. 

Geen water

Zijn positie lag de hele dag onder mortiervuur en onderging talloze zware aanvallen van een overmacht aan Duitsers die ondersteund door tanks de huizen waar de Engelsen zich verschansd hadden systematisch kapot schoten. De parachutisten wisten alle aanvallen met zware verliezen af te slaan. 

Twee dagen na de landing staken de SS’ers een deel van de huizen in de brand, waardoor de verdediging een stuk lastiger werd. Maar de Engelsen lieten zich niet wegjagen en hielden in hachelijke situatie stand. 

De aanvallen daarna werden allemaal afgeslagen, ondanks dat de parachutisten al dagenlang niet hadden geslapen en eten en drinken amper beschikbaar was. En toen begon de munitie op te raken. 

Uitbraak

Op 21 september bleek de situatie hopeloos. De huizen stonden helemaal in brand en de munitie was op. Briggs liet het restant van zijn mannen de bayonet op het geweer zetten en de laatste granaten verzamelen. Hij pakte de radio om te overleggen met de commandant die gewond in een kelder een paar huizen achter hem zat. 

Captain Briggs: The position is untenable. Can I have your permission to withdraw?

Frost: If it is untenable you may withdraw to your original position.

Captain Briggs: Everything is comfortable. I am now going in with bayonets and grenades.

De Engelsen deden een poging uit te breken richting het hoofdkwartier dat zich 10 kilometer verderop bij Hotel Hartenstein bevond. De meesten haalden het niet en werden gedood of raakten gewond. Briggs werd gevangen genomen.

De Engelse parachutisten leverden een waanzinnige prestatie. Ondanks de aanwezigheid van twee tanksdivisies wisten ze niet alleen de brug bij Arnhem te bereiken, maar het tegen een enorme overmacht zelfs 4 dagen vol te houden. En dat zonder dat de beloofde versterkingen kwamen of voorraden werden aangeleverd. 

De dappere actie van de Engelsen was niet tevergeefs, want die zorgde ervoor dat de SS-tanksdivisies geen versterkingen naar Nijmegen konden sturen. Daardoor waren de Amerikanen ondersteund door Engelse tanks en gemotoriseerde infanterie wel in staat de Waalbrug te veroveren en Nijmegen te bevrijden. 

Met zijn improvisatievermogen en inspirerend leiderschap was de rol van Briggs doorslaggevend voor het verdedigen van die sector. Hij kreeg hiervoor het Militaire Kruis. 

Meer Market-Garden op deze site

Voor het eerst naar het buitenland

Een Nederlander bij de Waffen SS

Terug de rijn over

Deel dit:

Pruttelen

Pruttelen

“We lagen onder Diepenveen en waren al een paar keer verplaatst, toen we het bericht kregen dat er Engelsen bij Arnhem waren geland. We moesten zo snel mogelijk richting de stad.”

Als ik Johan in Hannover spreek heeft hij een Duits paspoort en hij zegt een geboren Duitser te zijn, maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Zijn Nederlands is erg goed en slechts heel in verte hoor ik een Duits accent. Naar eigen zeggen dankt hij dat aan de jaren dat hij na de oorlog in Nederland woonde.

10SS

“Zoals iedere Duitse jongere moest ik bij de Hitler-Jugend (zie noot). Ik doorliep een training, maar die werd ingekort om de verliezen aan het oostfront op te vangen. Ook ik moest die kant op en vocht bij Estland tegen de nietsontziende Russen. De strijd was barbaars. Boerderijen en soms hele dorpen werden platgebrand. Via een kennis van een kennis werd ik overgeplaatst naar een nieuwe dvisie in West-Europa.”

In Midden-Nederland en het westen van Duitsland werden diverse divisie die in Frankrijk verloren waren gegaan herbouwd of nieuwe divisies opgericht. Johan kwam terecht bij een logistieke afdeling van de 10e SS. Hij werd chauffeur op een lichte vrachtwagen en reed ‘s nachts troepen en voorraden naar het front in Arnhem.

Veel Nederlanders

Nadat de Engelsen zich bij de brug hadden overgegeven, verschoof de strijd naar Oosterbeek. Johan bracht voorraden naar de frontlinies en nam gewonden mee terug: “Ik merkte dat de frustratie bij ons begon te groeien. Zoveel Engelsen konden er niet zijn en zware wapens hadden ze niet, maar zelfs met onze zwaarste tanks konden we ze niet verslaan. Onze verliezen waren enorm.”

“Er waren aan Duitse kant heel veel Nederlandse soldaten in het gebied. Vele luchtafweereenheden bestonden uit Nederlanders, maar er was ook een Nederlandse SS eenheid en veel Wehrmacht. De kwaliteit was wisselend en de uitrusting hield te wensen over.”

Een sprookje

Johan had eerder samen met Nederlanders aan het oostfront gevochten: “Over het algemeen keken we neer op die niet-Duitse vrijwilligers, maar daarvan was bij de Nederlanders geen sprake. Die hadden zich samen met de Belgen en de soldaten uit de Baltische Staten aan het oostfront bewezen. Samen streden we voor een betere wereld.”

Veel voorraden van de Engelsen vielen in Duitse handen: “Ik proefde voor het eerst in jaren weer chocolade en echte koffie en thee. Heerlijke koekjes. En vlees uit blik. Alles smaakte erg goed, want dit hadden al jaren niet meer geproefd. We verzamelden allemaal lekkere dingen in de auto voor thuis of om onderweg aan de kinderen te geven. Even geloofden we weer in de totale overwinning waar vanuit Berlijn zo op gehamerd werd. Hij zou komen en deze chocolade was slechts het begin.”

De beste herinnering uit de oorlog

Na acht dagen strijd, besloten de Engelsen zich terug te trekken over de Rijn met wat er nog over was van hun divisie. Uiteindelijk wisten zo’n 2200 soldaten de eigen linies weer te bereiken. 7000 werden er gevangen genomen en 2000 vonden de dood in deze ambitieuze poging dat stukje Nederland te bevrijden van nazi-juk. “Plots was het stil. Hier en daar viel nog een enkel schot, maar voor de rest was er niets. Ik hoorde de wind in de bomen en mijn auto pruttelen. We dronken koffie en fantaseerden tegen beter weten in over het einde van de oorlog. Dat moment is één van de beste herinneringen die ik aan die tijd heb.”

Toen de Engelsen weg waren, werd de regio opgeruimd. We verzamelden voorraden en telden munitie. Er was een eindeloze stroom gewonden die ergens naartoe moest. De situatie in Oosterbeek was verschrikkelijk en ik was blij toen ik naar Keulen werd overgeplaatst.”

Johan gaf zich aan het eind van de oorlog over aan de Amerikanen en ging na zijn gevangenschap aan het werk in een fabriek in het Rijnland, daarna in Gelderland en Noord-Limburg, om uiteindelijk terug te keren naar Hannover waar hij in 2015 overleed.

NOOT

*) Veel Duitse (en Luxemburgse) jongeren werden inderdaad tegen hun zin via de Hitler-Jugend in het leger opgenomen of gedwongen te vechten, maar de meeste Duitsers deden het toch echt vrijwillig of vanwege de traditie. Bij Johan heb ik zo mijn twijfels over zijn afkomst. Je komt als ‘gedwongen soldaat’ niet zomaar in het relatief rustige Nederland op een vrachtwagen te rijden, nadat je eerst in de totale hel bij Narva aan het oostfront hebt gezeten. Via/via duidt op ‘serieuze connecties’, die Johan via zijn ouders leek te hebben (zijn vader was officier). Ik acht de kans groot dat Johan vrijwillig het leger in ging en tot aan zijn dood warme gevoelens koesterde bij die tijd.

Meer Market-Garden op deze site

Voor het eerst naar het buitenland

Het einde bij de brug

Terug de rijn over

Deel dit:

4 Para

Afbeelding voor None

Ik zat bij de 4e Para brigade en kwam op de 18e, dus de 2e dag, aan op de Ginkelse Heide, zo’n 8 kilometer van de brug. Het was al een uur of 3 in de middag, dus we waren maar liefst 5 uur te laat en dat had alles te maken met mist boven ons vliegveld in Engeland. We landden midden in een aanval van SS’ers op de landingsvelden. 

Die aanval hielpen we afslaan en namen 3 SS’ers gevangen: 2 Nederlanders en een Pool. We probeerden diezelfde dag nog bij de brug te komen, maar werden door de Duitsers met zware verliezen terug geslagen. 

Chaos

De volgende dag vertrokken we bij het eerste licht om half 5 in twee colonnes weer richting de brug. We waren nog niet echt op weg toen we al onder vuur werden genomen door mortieren en zware machinegeweren. 

Het was een totale chaos en we verloren heel veel mensen. De strijd duurde de hele dag en gaandeweg kregen de Duitsers versterkingen van halfrupsvoertuigen en tanks. 

Man tegen man

Weer moesten we terugtrekken. Dit keer in de richting van Wolfheze. Onderweg werden we beschoten door Duitse ME-109 jachtvliegtuigen. 

Achterna gezeten door sterke Duitse troepen trokken we door bossen. We moesten ze letterlijk van ons afslaan, zo dicht zaten we ons op de hielen. 

Midden in deze chaos landden er een aantal zweefvliegtuigen met Poolse artillerie. Dit bracht de Duitsers van hun stuk en met een harde maar goed gerichte tegenaanval wisten we ze terug te slaan. 

Een nacht in het bos

Voor de nacht groeven we schuttersputjes tussen de bomen. De volgende dag zouden we terugvallen op Oosterbeek, waar in hotel Hartenstein het hoofdkwartier van de landingstroepen gevestigd was. Van slapen kwam door mortiervuur echter helemaal niets.

Bij het eerste licht vertrokken we. Duizelig van het gebrek aan slaap en water en vuil omdat we ons al twee dagen niet hadden kunnen wassen. 

Hinderlaag

Op weg naar Hartenstein werden we overvallen door SS’ers met pantserwagens uitgerust met 20 mm snelvuurkanonnen, zware machinegeweren, mortieren en tenminste één vlammenwerper. Het werd een bloedbad, we verloren veel troepen en de meeste overlevenden waren gewond. 

Met de bayonet op de wapens bestormden we de vijand. Die schrokken van het zooitje ongeregeld dat op ze afkwam en zo wisten we uit de omsingeling te ontsnappen. 

Oosterbeek

We renden tot we loopgraven zagen met Engelse troepen, die duidelijk herkenbaar waren aan hun rode baret. Daar werden we niet direct met open armen ontvangen, want een officier wilde weten wat voor een bende we waren. 

Nou, het restant van 4 Para dus. 200 van de 2000 man bereikte Oosterbeek. De rest was dood, gevangen genomen of vocht her en der nog in kleine omsingelde stellingen. 

Terug naar Nijmegen

Bij Oosterbeek vochten we dagenlang tegen een enorme overmacht aan troepen die bovendien zwaar bewapend waren. Onze voorraden werden kleiner en het aantal gewonden nam toe. Uiteindelijk moesten we ons terugtrekken en zwommen we in het holst van de nacht onder zwaar Duits vuur de Rijn over, waar we werden opgehaald met vrachtwagens om naar Nijmegen gebracht te worden. 

Meer Market-Garden op deze site

Voor het eerst naar het buitenland

Een Nederlander bij de Waffen SS

Het einde bij de brug

NOOT

Dave McPhee landde met 4 Para bij Arnhem. Dit is een deel van wat hij die 8 dagen meemaakte.

Deel dit: