Elke maand gratis nieuwsbrief:

Een krankzinnige situatie

Jaren geleden moest ik aan een soort toetsingscommissie uitleggen waarom ik als niet-in-Nederland geboren mens in Nederland onmisbaar zou zijn. Dat was best een krankzinnige situatie.

Het ging uiteindelijk om hokjes, want ik moest in een database verwerkt worden. Dat kon blijkbaar niet als Ksenia of onder mijn burgerservicenummer. Nee, dat moest als functie, bv applicatie-programmeur, database-architect of webshop-bouwer.

Ik herinner me goed hoe ik daar voor die groep grijze mannen stond. De jongste van de groep was 69 jaar oud. We hebben het over eind jaren ’90, de tijd dat computers nog geen gemeengoed waren en de smartphone nog niet bestond. De heren hadden werkelijk geen idee of ik van toegevoegde waarde voor Nederland zou zijn of niet. De meesten hadden nog nooit met een computer gewerkt, laat staan dat ze internet hadden gezien of ervaren.

Zij moesten bepalen of ik hier in Nederland als ICT-er wel of geen toekomst zou hebben. Zij vonden van niet.

Toch werkte ik hier jarenlang als internet-programmeur. Ik had het nooit echt naar me zin, maar zat mezelf ook niet echt in de weg. Tot ik mezelf even door control-alt-delete molen trok. Ik resette de boel dus, om het maar even zo te zeggen. Na de herstart wist ik waar mijn hart lag: op het toneel.

Deel dit:

Rondje Zwolle

Vandaag staat Zwolle in het teken van het Halve Marathon Festival. Een prachtig event, al loop ik vandaag niet mee. Dat deed ik diverse jaren wel en dat was toch altijd wel een klein feestje, ondanks het afzien. De muziek langs de route is geweldig en het vele publiek dat je aanmoedigt geeft je vleugels. Tijdens de halve marathon maak je een prachtig rondje Zwolle en ik vind die stad geweldig. 

Een groot dorp

Die liefde voor Zwolle was er niet automatisch toen ik hier kwam wonen. Ik ben een kind van de grote stad. Of beter gezegd: de hele grote stad. Mijn jeugd bracht ik door in de miljoenensteden Kharkiv en Sint-Petersburg. Daarna woonde ik achtereenvolgens in Jerusalem, Antwerpen en Amsterdam. Kleine stadjes vergeleken bij die miljoenensteden in de USSR, maar op straat was het net zo anoniem. Voor de liefde verhuisde ik naar Zwolle met (toen) minder dan 100.000 inwoners en ik vond het eerst maar een groot dorp.

Wonen rond de binnenstad

Ik woonde aan de Vechtstraat, op loopafstand van de binnenstad. Toen nog een hele diverse winkelbuurt, met twee foto-winkels, een winkel in LP’s met daarnaast een bedrijf dat kassa’s verkocht. Verder een videotheek, Super de Boer en een winkel in videorecorders en satellietproducten. Allemaal al lang verdwenen. Wat bleef was de kwaliteit (en humor) van kapper Rob Kijk in de Vegt, de geweldige service van Elektro Centrum en Alberto, één van de beste snackbars van Zwolle. En instituten als Stroomberg en Van Rossum. En ’T Speeltuygh, waar ik mijn gitaren kocht. Hestia, de eerste Shoarmazaak in die buurt, moest nog open gaan. Ik ben al jaren weg uit die buurt, maar doe er nog vaak boodschappen bij al die kruideniers gerund door mensen geboren in landen ver weg, zoals Syrië, Afghanistan, Iran en India.

Op straat werd ik vroeger gegroet door wildvreemde mensen. De zwaai van de man achter de geraniums als ik naar de binnenstad wandelde. En het praatje in de Indische Buurt als we daar de auto parkeerden. Ik vond dat eerst gek, maar wende snel aan die vriendelijkheid.

We wandelden veel in de polders en moerassen, het gebied dat we nu kennen als Stadshagen. De binnenstad kende bijna geen terrassen en Waanders en Van Beek zaten nog aan de Grote Markt. Vanuit de Vechtstraat was ik rennend snel op de ceintuurbaan, waar de stad toen eigenlijk ophield. Stadion De Oosterenk stond er en verder een enkel verdwaald kantoorgebouw. Berkum was een wijk achteraf.

Hoe anders is het nu?

Zwolle groeit al jaren hard. Met 125.000 inwoners is de stad een kwart groter dan toen ik er kwam wonen. Over tien jaar wonen er zo’n 150.000 mensen, als ik de krant mag geloven. De ring rond de binnenstad wordt stapsgewijs autovrij gemaakt en iedere vierkante meter wordt bebouwd. Hoogbouw is niet langer een vies woord en de binnenstad lijkt uitsluitend nog uit terrassen te bestaan.

Voor mezelf veranderde er ook veel, want al wonend maakte ik ook een rondje Zwolle. Ik verhuisde van de Vechtstraat naar een klein huisje met het mooiste balkon in de Binnenstad. En daarna naar de Wipstrik waar ik al weer ruim tien jaar woon. In die tijd speelde ik in veel theatergezelschappen door het land en maakte 5 eigen theatervoorstellingen waarmee ik door Nederland (en een stukje buitenland) toer. Vier daarvan maakte ik in ’s-Hertogenbosch. Daar repeteer ik ook veel. Arum dem Fayer is mijn persoonlijke verhaal en die maakte ik thuis, dus in Zwolle.

Geluk en geborgenheid

In die voorstelling vertel ik over mijn ontdekkingsreis vanuit Kharkiv naar Zwolle. Over mijn zoektocht naar veiligheid en geluk. En daar zing ik liederen over. Die liederen zong ik in Kharkiv, Sint-Petersburg, Jerusalem, Antwerpen, Amsterdam en ook aan de Vechtstraat, in de Zwolse Binnenstad en nu aan de Wipstrik. Het zijn de klanken van mijn ziel op zoek naar geborgenheid.

Na (oa) Venlo, Amsterdam, Dalfsen, Leiden, ’s-Hertogenbosch, Rotterdam, Eindhoven, Spanbroek, Leeuwarden, Nijmegen, speel ik Arum dem Fayer op 9 juni om 16.30 uur in mijn eigen Zwolle bij Joseph Wresinski Cultuur Stichting. Daar kun je gratis bij zijn.

Reserveren gewenst!

Deel dit:

Was ik dan illegaal?

Het vluchtelingenbeleid in Nederland was eind jaren ’90 een chaos. Ik was formeel geen vluchteling, maar ook geen expat. Was ik dan illegaal? Ik had een BSN-nummer, huurcontract en bankrekening. En ik betaalde belasting. Het was de tijd dat ‘mensen van de harde aanpak’ met hete lucht over elkaar heen buitelden en de wetgever het allemaal amper kon bijbenen.

In die tijd klopte ik aan bij ICT-bedrijven in Nederland. Toen mijn thaibox-carrière op zijn eind liep ging ik op zoek naar een stage. Er was zoiets als een millenniumprobleem en iedereen die ooit een computer had gezien kon wel ergens aan het werk. Veel bedrijven hadden interesse in mijn kunde, maar weinigen konden uit de voeten met de gekke situatie waar ik in zat. Tot ik belde met Alexander die werkzaam was voor een ICT-bedrijf in het midden van het land. Hij wist wel raad met de situatie, regelde de papierwinkel en in no-time was ik een applicatie-ontwikkelaar in Nederland.

Bij dat bedrijf werkte ik aan vele applicaties, vooral voor arbeidsvoorziening en de waterschappen. Ik deed er veel kennis op, bedacht zelfs nieuwe regio’s en leerde er ook mijn man kennen. De vindingrijke Alexander, die zich niet liet afschrikken door een papierwinkel en een labiele overheid, heeft meer invloed op mijn leven gehad dan hij zich wellicht realiseert.

Deel dit:

Viktor Tsoj inspireerde een generatie

Eind jaren ’80 maakten wij gebruik van de ontspanning in de USSR om die dictatuur te ontvluchten. Zanger en songwriter Viktor Tsoj gebruikte die Glasnost om een album uit te brengen met liederen over armoede en onderdrukking en daarmee inspireerde hij de jeugd voor vele jaren.

Toen het Russisch niet langer de verplichte en opgelegde voertaal was, vertaalden de jongeren de songs van Tsoj naar hun eigen taal, zoals het Oekraïens, Kazachs en Wit-Russisch. Je kunt wel stellen dat de songs van Tsoj hielpen de oorspronkelijke talen in regio’s terug te brengen.

Met die maatschappij-kritische songs toerde hij door hij door de USSR, maar speelde hij ook in diverse West-Europese landen. Glasnost maakte mogelijk dat hij zijn toernee afsloot met een optreden voor 65.000 mensen in Moskou. Hij overleed in 1990 op 28 jarige leeftijd bij een auto-ongeluk, waarschijnlijk vanwege vermoeidheid (geen drank en drugs).

Staatskrant De Pravda schreef bij zijn overlijden:

Tsoj betekent meer voor de jongeren van onze natie dan welke politicus, beroemdheid of schrijver dan ook. Dit komt omdat Tsoj nooit heeft gelogen en zijn ziel nooit heeft verkocht. Hij was en bleef zichzelf. Het is onmogelijk om hem niet te geloven… Tsoj is de enige rocker die geen verschil kent tussen zijn imago en zijn echte leven. Hij leefde zoals hij zong… Tsoj is de laatste pure rockheld.

Zo’n eerbetoon is nu ondenkbaar.

De generatie die in 1990 16-25 jaar was, is nu vader en moeder van kinderen die vechten in de oorlogen in oa. Oekraïne, Armenië en Georgië. Dat zijn oorlogen waar Tsoj nooit achter zou hebben gestaan. Wat is er toch gebeurd dat die ouders die ooit dweepten met Tsoj die oorlogen nu gewoon laten gebeuren?

Deel dit:

Arbeidsverbod gehuwde vrouwen

Getrouwde vrouwen met een baan? Nog niet zo lang geleden was dit een buitengewoon vieze gedachte. Het was zelfs verboden! Tot in de jaren ’60 kregen vrouwen ontslag als ze gingen trouwen. Dat verliep conform de wet “Arbeidsverbod gehuwde vrouwen”.

Het recht was het aanrecht

De gedachte was dat de vrouw het beste voor de kinderen kon zorgen. Haar recht was het aanrecht. Recessies, werkloosheid en oorlogsdreiging werden allemaal door de politiek misbruikt om de vrouw uit de betaalde baan te houden.

Dat veranderde in Nederland wettelijk dus pas eind jaren ’50. Maar dat betekende niet dat getrouwde vrouwen overal aan de slag konden. Integendeel, want in veel branches heerste nog lang de verwachting dat een vrouw bij een huwelijk zelf ontslag zou nemen.

Nederland geen koploper gelijkwaardigheid

Anno 2024 mogen vrouwen werken, maar is er in Nederland nog lang geen sprake van een gelijkwaardige financiële beloning. Het gat tussen mannen en vrouwen is weliswaar kleiner dan het ooit was, maar is met 18% nog altijd fors.

Europees bezien doet Nederland het bijzonder slecht. Gemiddeld verdienen vrouwen in de EU zo’n 12.5% minder dan mannen. In Luxemburg is er volledige gelijkwaardigheid. De loonkloof in Roemenië is slechts 3% en ook Polen en Slovenië doen het heel goed als je kijkt naar een gelijke financiële beloning tussen mannen en vrouwen.

Ga stemmen

6 juni zijn er Europese verkiezingen. Er valt dus iets te kiezen en duik daarom in die verkiezingsprogramma’s.

Wil je liever terug naar vroeger? Dat kan! Op 28 mei spelen we in Venlo bij Theater de Garage voor de allerlaatste keer “Een Poppenhuis” van Henrik Ibsen. Daarin speel ik Nora, de vrouw des huizes die een spannende keuze maakt en verwacht dat als puntje bij paaltje komt haar omgeving daarin meegaat ….

Deel dit:

Een luxe duikschool

In 1991 zag ik voor het eerst in mijn leven zwarte mensen. Ik was 21 jaar oud en woonde in een hotel. Ik wist niet wat me overkwam toen ik plotseling tussen diverse groepen lange slanke mensen met grote bruine ogen liep. Ze waren in het wit gekleed en liepen op blote voeten. Ze waren vol emoties en schuifelden uiterst gracieus aan me voorbij.

Later leerde ik dat het een Joodse stam uit Ethiopië was. Tegen betaling mocht Israël de laatste nog levende stamleden met vliegtuigen evacueren. Daar kregen ze 15 dagen voor, maar ze deden het in drie. Zo ontsnapte al die mensen aan een zekere dood. Zoals zij voor mij de eerste zwarte mens in mijn leven waren, was ik voor hen de eerste niet-zwarte Jood.

Toen ik me later verdiepte in die stam, leerde ik dat de Israëliërs tientallen jaren druk zijn geweest met de redding van deze Afrikaanse stam. Het begon eind jaren ’60 met individuen. In auto’s werden ze naar een vliegveld gesmokkeld en daar vluchtten ze met valse papieren.

Een luxe duikschool

In de jaren ’70 besloot Israël de hele stam te evacueren en probeerde te komen tot een samenwerking met Ethiopië die een structurele redding mogelijk maakte. Dat lukte niet waardoor Israël alternatieve oplossingen moest zoeken. In buurland Soedan richtten ze aan de Rode Zee een luxe duikschool op. Talloze Ethiopische vluchtelingen werden daar met vrachtauto’s en bussen naartoe gebracht en vervolgens in de nacht met rubberbootjes overgevaren. Daarna volgde een trektocht door de woestijn, gelijk Mozes die ook maakte.

Van deze operatie schreef een BBC-journalist Berg een zeer informatief boek: Red Sea Spies. Hij schreef het na interviews met talloze betrokkenen waaronder vele Afrikaanse vluchtelingen en Soedanese militairen en politici. Ook interviewde hij Israëlische geheim agenten die bij de luxe duikschool betrokken waren. Red Sea Spies geeft een fantastisch beeld van een hele spannende operatie die ruim tien jaar duurde.

Het boek is later verfilmd en momenteel als “Red Sea Diving Resort” bij Netflix te zien. De film toont de complexiteit van de operatie en is in die hoedanigheid een mooi educatief middel. De vlakke dialogen, stereo-type personages en slecht ontwikkelde karakters maken hem voor de actrice in mij echter minder interessant.

De Ethiopische Luchtbrug

Na de duikschool maakte Israël een stel financiële deals met locale zetbazen. In ruil voor smeergeld mocht Israël met vliegtuigen af en toe enige honderden mensen tegelijk evacueren. De laatste 14.000 vluchtelingen werden in drie dagen geëvacueerd toen ik ook net als vluchteling in Israël was opgenomen.

Om zoveel mogelijk mensen in één keer mee te nemen, sloopten de Israëli’s alle overtollige balast uit de vliegtuigen. Ook de stoelen werden verwijderd. Op 24 mei 1991 werd een wereldrecord gevestigd, want nooit eerder vlogen er zoveel mensen tegelijk in een Boeing 747: 1086. Het wereldrecord werd na landing bijgesteld naar 1088, want onderweg waren er twee babies geboren.

Die Ethiopiërs zag ik de grond kussen toen ze in het hotel aankwamen. Na eeuwen verdrukking en vervolging waren ze eindelijk vrij en veilig.

Deel dit:

Workshops en opleidingen in zomervakantie

De zomervakantie komt er aan. En met vakantie doel ik op de periode waarin theaters vanaf medio juni dicht zijn. Tot eind juni speel ik echter nog diverse voorstellingen, maar in de zomervakantie volg ik doorgaans workshops en opleidingen die ik door het jaar niet kan doen.

Dat gaat vaak om trainingen die te ver weg gegeven worden of te intensief zijn om er even bij te volgen. Het selecteren daarvan is een lastige klus, al begrijp ik maar al te goed dat dit een eerste wereldprobleem is.

De lat ligt hoog

Om te begrijpen wat ik nodig heb, moet ik mezelf opzoeken. Ik moet diep in mijn ziel kijken om te voelen wat ik mis. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Bij Meisner Toneelacademie ‘s-Hertogenbosch leerde ik emotioneel tot het uiterste te gaan. In die veilige omgeving onder leiding van Paul Dekker kon dat. Dat was een magische tijd.

Als ik ooit iets helemaal blanco opnieuw zou mogen doen, dan is dat het eerste jaar van de Meisner Opleiding. Dat intense genieten van die zoektocht naar die creativiteit in jezelf vond ik geweldig. Ik genoot van iedere seconde. En dat hoor ik van meer Meisner alumni om me heen.

Als het in de zomervakantie uitkomt, dan probeer ik altijd een Meisner Zomerworkshop te doen. Dat is een week resetten, even in vogelvlucht door veel bouwstenen van die Meisner Technique. Het is heerlijk intensief thuiskomen.

Workshops en opleidingen in zomervakantie

Op mijn verlanglijstje voor de zomer van dit jaar staat verder scene study. Maar ik heb nog geen opleiding gevonden die binnen mij schema past. Verder hoop ik nog een meerdaagse workshop stemtechniek te doen. Iets dat bouwt op waar ik het afgelopen jaar mee bezig ben geweest. En verder zoek ik nog een opleiding gericht op het herontdekken van creativiteit en speelsheid. Zodat ik nog realistischer kan spelen en het “goed doen” nog meer durf los te laten.

Deel dit:

Muziek van een volk op de vlucht

Mijn familie werd bijna 2000 jaar geleden met geweld weggejaagd uit het Midden-Oosten. Behalve hun geschiedenis, tradities en muziek namen ze niets mee. De stam viel uit elkaar en vluchtte alle kanten op. 

Vluchten om te overleven

Een deel trok naar Noord-Afrika. Later moesten ze daar vertrekken en vonden ze tijdelijk rust en vrede in Spanje toen deels onder Moslim-bestuur (Kalifaat Cordoba). Na een paar honderd jaar namen de Christenen het over en werd de stam slachtoffer van de inquisitie en dus met geweld weggejaagd.

Een groter deel trok via het huidige Turkije en Griekenland Europa in. Via omzwervingen werd Polen bereikt. Daar ging het goed tot de Russische Tsaar het gebied inlijfde. Mijn familie werd met talloze stamgenoten in een reservaat gestopt. Uiteindelijk reisden ze van Polen naar het oosten van Oekraïne in wat later de USSR werd. Van daaruit vluchtten we in 1991 naar het Midden-Oosten en gingen we dus terug naar huis. 

Muziektheater voor een festival

Twee jaar geleden maakte ik voor het festival Muziek in de Tuin in Dalfsen de korte muziektheater-voorstelling Muziek van een volk op de vlucht. Ik speelde de voorstelling drie keer in de prachtige beeldentuin in Dalfsen. Met liederen vertelde daar het verhaal van de reis van mijn familie, zonder het heel persoonlijk te maken, want aan die spiegel was ik nog niet toe. 

Muziek van een volk op de vlucht

Ruim 2000 jaar duurde de trektocht door heel Europa. In die 2000 jaar waren we nooit gelijkwaardig aan de lokale bevolking. We mochten ons niet vrij bewegen, moesten vaak duidelijk gemerkte kleding aan en mochten niet alle beroepen vervullen. En we kregen de schuld van droogtes en ziektes (de pest), en belandden vaak op brandstapels. We mochten niet veel bezitten en wat we hadden moesten we in de vlucht altijd achterlaten. Hoe vaak zijn eigenlijk met niets opnieuw begonnen? Het volk bleef op de been dankzij eeuwenoude tradities, verhalen van vroeger en muziek. 

Arum dem Fayer

In de afgelopen twee jaar werd de voorstelling Muziek van een volk op de Vlucht langer en heel persoonlijk. 40 minuten liederen groeide naar een optimistische voorstelling die ruim 100 minuten duurt. Optimisme kenmerkt ons. De ellende is soms groot, maar het glas is altijd halfvol. Ze kunnen ons alles afnemen, maar er is altijd iets op te bouwen en om voor te leven. 

Een bekend modern gezegde is: “Ze probeerden ons te vermoorden en dat mislukte. Laten we eten.” En vaak maken we er daarna een feestdag van. Muziek van een volk op de vlucht werd zo Arum dem Fayer, een voorstelling over veerkracht en hoop. 

Deel dit:

Vechten vanwege hun afkomst

Op school moesten mijn vrienden vechten voor hun leven. Niet om wat ze deden of nalieten. Maar vanwege hun afkomst. Vanaf hun geboorte waren ze gemerkt.

Dat gold ook voor mij, maar de achternaam van mijn vader maakte dat ik die afkomst makkelijk kon verbergen en zelfs ontkennen. Dankzij hem was mijn huidskleur ook licht genoeg om op straat en in het openbaar vervoer het voordeel van de twijfel te krijgen.

Die vader dank ik aan het antisemitisme dat heerste in het oosten van Oekraïne, toen onderdeel van de USSR. Mijn zeer getalenteerde moeder werd vanwege haar afkomst bijvoorbeeld niet toegelaten op een conservatorium. Haar ouders hadden geen andere keuze dan haar 1500 kms verderop te laten studeren, alleen in een hele grote stad.

Dat we in grote steden mochten wonen was overigens al heel wat, want dat was verboden voor mijn voorouders. In het vestigingsgebied tussen de Oostzee en de Zwarte Zee mochten ze kleine dorpjes zonder noemenswaardige faciliteiten bouwen. Dat reservaat besloeg een deel van het huidige Polen, Litouwen, Wit-Rusland en (het westen van) Oekraïne.

De pogroms die daar plaatsvonden maakten dat veel inwoners na de eerste wereldoorlog de benen namen naar de Verenigde Staten. Anderen – zoals mijn betovergrootouders – geloofden in de voorzienigheid van de communistische heilstaat en vertrokken midden in de Russische burgeroorlog naar een zgn. ‘Rode regio’.

In mijn voorstelling Arum dem Fayer treed ik in de schoenen van die voorouders. En beleef ik die dilemma’s.

Deel dit: