Opstand in getto van Warschau

Op 18 januari 1943 begint de opstand in het Joodse getto in Warschau. Zo’n 500 gewapende verzetstrijders voorkomen dat inwoners van het getto werden gedeporteerd. Ze verkiezen een zekere dood in de strijd, boven een weerloze ruiming.

Het verzet verrast de nazi’s. Ze staken de ontruiming om versterkingen aan te voeren. Daarbij onder meer een beruchte SS-eenheid die bestaat uit veroordeelde verkrachters en moordenaars. Die voorbereiding duurt drie maanden.

In die tijd bouwen de Joodse verzetsstrijders talloze bunkers met ondergrondse verbindingen. Op de zwarte markt kopen ze tegen woekerprijzen nog een aantal wapens. Ze krijgen geen hulp van buiten.

Op 19 April vallen de nazi’s met groot materieel aan. De intensiteit van het verzet is enorm. Met artillerie schieten de nazi’s daarom van afstand het getto plat. Soldaten steken daarna de resten in de brand. Tunnels en bunkers vernietigen ze met. Desondanks weten kleine groepen strijders het tot 16 mei vol te houden.

13.000 Joden verliezen tijdens de opstand hun leven. 40.000 worden er naar vernietigingskamp Treblinka gestuurd.

In 1949 openen overlevenden op een heuvel bij Arce in Israël het Ghetto Fighters’ House. Daar vind je een zeer informatieve tentoonstelling over deze opstand. De tentoonstelling is gebaseerd op ooggetuigenverklaringen, inclusief bijdragen uit dagboeken en brieven. Er is ook een speciale kinderafdeling die ten doel heeft de Holocaust op een begrijpelijke manier uit te leggen aan jonge mensen vanaf 10 jaar oud.

Opdat we nooit vergeten.

Deel dit:

Een kruising tussen een flipperkast en een achtbaan 

2022 begon goed, maar veranderde snel in een nachtmerrie waar ik me even geen raad mee wist. De bittere realiteit van een hele grote oorlog in Europa torpedeerde mijn zo zorgvuldig geplande bevrijdingstoer. Het jaar voelde als een kruising tussen 2022: een kruising tussen een flipperkast en een achtbaan 

Even terug naar 2020

Twee jaar had ik gewerkt aan mijn solovoorstelling ‘Zij zagen Oorlog’. Na diverse succesvolle try-outs in ‘s-Hertogenbosch, Nijkerk en Kalmthout (België, regio Antwerpen) vond ik dat ik ermee naar het publiek kon. De première was gepland op 5 mei 2020 en zou in Utrecht plaatsvinden. Ik keek er enorm naar uit. Het zou er niet van komen, want op 3 mei ging het land op slot en zo gooide de eerste Corona-lockdown roet in het eten. 

Onzekerheid troef

Wat volgde was een half jaar vol onzekerheid. Niemand in theaterland wist waar we aan toe waren. Corona-regels maakten het voor theaters onmogelijk om een voorstelling voor veel publiek te laten spelen. Een aantal locaties ging dicht tot er helderheid was en de plekken die net na de zomer open gingen konden onmogelijk iedere artiest programmeren. 

Uiteindelijk speelde ik een dubbele première in de Schouwburg in Zwolle. Dankzij Sander, waarvoor ik hem nog altijd intens dankbaar ben. 

Daarna volgde een korte toer die eindigde op 23 december 2020 in Venlo. Het was de laatste dag dat er gespeeld mocht worden, want om 00.01 uur ging het land weer volledig op slot. 

2021

Overheidsbeleid maakte spelen begin 2021 onmogelijk. Niemand had een idee hoelang die nieuwe lockdown zou duren. Misschien een paar maanden, misschien wel een heel jaar. Ik vroeg me af of ik ‘Zij zagen Oorlog’ ooit zou kunnen spelen. 

We wilden niet bij de pakken neerzitten en kozen ervoor om twee dagen per maand een theaterzaal te huren en op die dagen ‘Zij zagen Oorlog’ twee keer per dag gratis voor een internet-stream te spelen. Dat deden we maar liefst 6 maanden, dus zo speelde ik de voorstelling 24 keer. Het aantal streams wisselde tussen 4 en 121. 

Die serie voorstellingen bracht ons routine. Twee keer per maand alle spullen in de auto en ergens opbouwen. Licht programmeren en afstellen, stream-omgeving inrichten en dan twee voorstellingen spelen: een matinee en avondvoorstelling. 

Internet was kil en afstandelijk, zonder emotionele terugkoppeling van mensen in de zaal. Het was heel hard werken om iedere keer weer op te laden voor die camera. Natuurlijk waren er chats en reacties, maar die lees je pas achteraf. Dat is een schril contrast met een lach of snik in de zaal. Maar ik speelde voor publiek en dat was echt beter dan niets. 

Tweedeling en polarisatie 

De tweede helft van 2021 was emotioneel lastig. 

De overheid voerde een corona-bewijs in. Het bewijs was op voorwaarden te verkrijgen en daarmee had je toegang tot faciliteiten, zoals het theater. Had je geen bewijs, dan geen toegang. We begrepen de afweging van de overheid, maar konden ons niet vinden in de tweedeling die aangejaagd werd. 

In theaterland werken bovendien veel vrijwilligers als gastheer en gastvrouw. De sfeer in de samenleving was al verre van prettig en dat corona-bewijs maakte het er niet beter op. Aan de poort moesten die vrijwilligers behalve tickets nu ook corona-toegangsbewijzen controleren. Dat leverde potentieel lastige of gevaarlijke situaties op en wij vonden dat je vrijwilligers dat niet aan moet willen doen. 

We kozen ervoor om de rest van het jaar niet te spelen. Dat deed me veel pijn, maar die beslissing voelde (en voelt) goed. 

Bevrijdingstoer 2022

Het nieuws in het laatste kwartaal van 2021 wees erop dat de samenleving uiterlijk eind februari 2022 open zou gaan voor iedereen. We planden heel zorgvuldig een bevrijdingstoer voor het voorjaar van 2022 langs herdenkingen en vrijheidsvieringen. Het idee ontstond in door gesprekken met de organisatie die jaarlijks in Nieuw-Weerdinge de bevrijding van Noordoost Drenthe door de Poolse 1e Pantserdivisie herdenkt. 

Na een jaar kilheid van het spelen voor een internetstream, keek ik enorm uit naar die voorstellingen voor echt live-publiek. Eindelijk spelen voor levende mensen in dezelfde ruimte. Ik was zo toe aan de warmte van mensen en normaal contact.

Het liep anders

Op de dag dat ik de spullen voor de tour zou ontvangen viel Rusland Oekraïne aan. Ik stond op mijn telefoon te kijken hoe raketten insloegen op het plein waar ik zo vaak met mijn geliefde oma liep, toen de vrachtwagenchauffeur op het raam tikte. 

Tien minuten later stond ik wezenloos buiten bij twee pallets theatermateriaal: speakers, lampen, decor. De chauffeur uit Lichtenvoorde was vriendelijk, maar ik wist niet wat ik met de situatie aan moest. 

Toen werd het me allemaal teveel. 

Of mijn leven er vanaf hing

Een uur of wat later herpakte ik mezelf. Na overleg met mijn team besloten we de toer te spelen om geld in te zamelen voor Oekraïense weeskinderen. 

De repetities en een pittig toerschema hielpen me om door de duistere tijd heen te komen. Ik deed veel interviews en ondersteunde diverse festivals en evenementen. Het waren lange dagen met veel reizen en bouwen. Ik speelde of mijn leven er vanaf hing … en misschien was dat ook wel zo. 

Deel dit:

Forshmak

Oude sepia foto uit de USSR met het gezicht van een stijlvol geklede Joodse vrouw getooid in een weelderige bontmuts die Forshmak voor Ksenia maakte.
Mijn oma maakte traditioneel joodse gerechten voor me, zoals Forshmak.

Nog onder invloed van de narcose open ik mijn ogen, om als eerste haar gezicht te zien. Ze zit aan mijn bed in het ziekenhuis en heeft dan al uren mijn lippen natgehouden met een watje. Het is mijn joodse oma, uit Kharkiv. We zijn samen in een ziekenhuis in de buurt aan de Zee van Azov waar we de zomer van 1979 doorbrengen. Ik krijg een blindedarm-ontsteking en word in dat noodziekenhuis door een stagiair geopereerd. Mijn oma is doodsbang dat ik de operatie niet zal overleven en waakt over me tot ik weer kan lopen. 

Het is dezelfde oma waar ik drie jaar later naartoe ren met het nieuws dat partijleider Leonid Brezjnev dood is. Ik hoor het op school en weet niet hoe snel ik thuis moet komen om het te vertellen. Rennend door de speeltuin tussen de flats zie ik haar op het balkon van haar appartement op de eerste verdieping staan. Ik ben negen en schreeuw het nieuws van me af. Subtiel, maar dwingend, maant mijn oma me tot stilte, want over partijdingen spreek je in de USSR niet, althans niet hardop. 

Ik ben vaak bij mijn opa en oma in Kharkiv terwijl mijn ouders in Sint-Petersburg wonen. Het landklimaat in mijn Oekraïense geboortestad ligt me beter dan het zeeklimaat in de stad die Peter de Grote ooit naar Amsterdam’s voorbeeld in het moeras liet bouwen. Ik vind het heerlijk bij mijn Joodse grootouders. 

Ze wonen in een Sovjet-flat, type Chroesjtsjovka. Vernoemd naar de partijleider die ervoor zorgde dat ze massaal gebouwd werden om de woningnood te bestrijden. Met 42 vierkante meter zijn de appartementen klein, maar er is warm – en koud water. En stadsverwarming. In steden staan vaak 10 tot 20 van die complexen bij elkaar, met hun eigen winkels en scholen. Het zijn aparte wijken in hele grote steden. En vanwege de matige bouwkwaliteit en armoedige uitvoering worden het ook wel sloppenwijken genoemd. Nog altijd stellen de flats niet veel voor, maar het is Thuis voor heel veel mensen. 

In de jaren ’70 en ’80 is alles schaars in de USSR. De groentewinkel bij mijn oma in de buurt heeft af en toe verse spullen. En met vers bedoel ik rottende – of zelfs al verrotte groente en fruit, niet het vers dat je Nederland gewend bent. Maar meestal ben je aangewezen op conserven uit de buurtwinkel. 

Een alternatief biedt de markt, maar die is ver weg en dus een hele onderneming om daar te komen. Zeker voor een drukke vrouw zoals mijn oma, die haar geld verdient als muzikant, kleermaker en door langs de deur verzekeringen te verkopen. Maar als ze dan terug komt van de de markt, dan maakt ze de meest verrukkelijke dingen, zoals taarten en koekjes die hoog op kasten worden verstopt, zodat ik niet alles in één keer op kan eten. 

En ze maakt ook allerhande traditionele gerechten, zoals Forshmak. Dat is een smeersel gemaakt van gehakte zoute haring en gestampte gekookte eieren. Dat breng je op smaak met appel, uien, zout en peper. Wij eten dat op zurig donker roggebrood. 

Ik zie mezelf nog met vrienden spelen tussen de flats. Dan gaat het klapraampje open en steekt het elegante hoofd van mijn oma naar buiten, die dan keihard fluit en mijn koosnaampje roept, gevolgd door ‘eten!’ Ik spring overeind en ren de speeltuin door. Dan vlieg ik over de paadjes naar de ijzeren deur van het appartementencomplex. Die trek ik open om dan in het halve donker tweeënhalve trap omhoog te rennen naar de keuken. Daar duik ik de koelkast in, pak de Forshmak, het donkere brood en ga aan de kleine keukentafel zitten eten.

Zelf maak ik Forshmak zelden. Heel af en toe als ik bezoek krijg. Of voor vrienden. En bij iedere hap die ik neem, denk ik aan haar, mijn trotste oma die haar conservatorium niet af kon maken omdat de tweede wereldoorlog er tussendoor kwam.

Deel dit:

Zonder vrijwilligers geen theater

Zonder vrijwilligers geen theater, want de meeste theaters hebben geen volle budgetten voor een brede betaalde loonlijst of bestuursvergoedingen.

Voorstellingen draaien niet alleen op een decor, een berg licht of een artiest, maar ook op mensen zoals Richard daar op de ladder. Ik krijg de erkenning en het applaus, maar zonder vrijwilligers heeft het merendeel van de Nederlandse podia geen mogelijkheid tot bestaan.

Werkdruk vrijwilligers pittig

Een vergis je niet in de werkdruk bij die vrijwilligers. Ze krijgen documentatie van een vreemde voorstelling voor hun kiezen. Die documentatie is op zijn best aangepast aan de omgeving, maar veelal conceptueel van aard. Natuurlijk moet dat anders, maar dit is de realiteit. Die documentatie houden ze aan tegen ‘hun theater’ en dan gaan ze aan de bak om het ‘te fixen’.

Achter de schermen, veelal anoniem, ploeteren en zeulen ze. Lampen worden opgehangen of verhangen. Kabels getrokken en stekkers geprikt. Er wordt een lichtcomputer geprogrammeerd om aan schijnbaar onlogische wensen van mijn techniek en ontwerp te voldoen. Het werk is divers, deadlines hard (voorstelling start om X uur) en dagen zijn lang.

Lange dagen troef

Richard ontving onze groep gisteren om 8.30 uur met koffie (en zelfgemaakte – wowowowow – Kombucha!!!!!!) in Theaterkerk Wadway. Daarna losten we de bus en bouwden we met elkaar een decor op. En daarna volgde het licht: verhangen, stellen en creatieve oplossingen bedenken. Toen dat allemaal geregeld was, begon de voorstelling. 145 minuten later bouwden we af en pakten we in. Richard controleerde voor de zekerheid nog de gladheid, vanwege code ‘oranje’ ivm. ijzel. Nadat wij vertrokken maakt Richard het theater gereed voor de volgende groep. Dan sluit hij af en gaat hij om ca 18.15 uur (gok) naar huis.

Zonder vrijwilligers geen theater

De ziel van een theater wordt gemaakt door mensen zoals Richard. De ontvangst en de relaxedheid waarmee alles gebeurd, bepaalt mede de kwaliteit van de voorstelling. Gisteren kreeg ik veel complimenten over het spel en de voorstelling. Dat is het resultaat van een hele hoop dingen en veel daarvan is inzichtelijk (schrijver, artiest, regisseur, theater, bestuur, etc). Maar de vrijwilligers zijn echt net zo belangrijk, want zonder hen geen voorstelling.

Deel dit:

Vier je geen Joods-kerstfeest?

Vier je geen Joods-kerstfeest? Nou wel en niet. Chanoeka is niet een joods kerstfeest, maar heeft wel met bevrijding te maken. In de foto staat Ksenia in het donker voor een aantal verlichte kerstbomen.

“Hey, vier je geen Joods-kerstfeest?”

– “Joods-kerstfeest? Oh, Chanoeka bedoel je!”

“Ja, dat! Altijd rond het eind van het jaar. Duurt dat niet een week of zo?”

Onduidelijkheid troef dus laat ik het proberen uit te leggen. Ik doe dat kort en ongenuanceerd, in een vraag/antwoord model.

Is Chanoeka Joods-Kerstfeest?

Nee, niet echt, maar er is wel een raakvlak. Met Chanoeka vieren we primair het resultaat van de Maccabese opstand van 167 voor Christus tegen het Seleucidische Rijk. Het resultaat was 100 vrijheid in Judea en dat leidde 3 jaar later tot de herinwijding van de Tweede Joodse Tempel in Jerusalem. Het raakvlak is de vrijheid die Jezus (volgens bepaalde Christelijke stromingen) brengt door de erfzonde weg te nemen.

Is dat altijd aan het eind van het jaar?

Nee, Chanoeka vier je op de 24e dag van de Joodse maand Kislew. Dat is de derde maand van het jaar en die duurt 29 of 30 dagen. De Joodse kalender kent dertien maanden die niet of hooguit ‘zo ongeveer’ gelijk lopen aan de Gregoriaanse kalender die hier gebruikelijk is. De startdatum is dus wisselend, om wat voorbeelden te noemen: 7 december (2023), 25 december (2024 en 2025), 4 december (2026).

Hoelang duurt Chanoeka?

8 dagen. Dat heeft te maken met de inwijding, waarvoor olie nodig was. Ze vonden een kruikje olie dat voldoende zou moeten zijn voor 1 dag, maar het 8 dagen volhield, zo zegt de overlevering. Of de legende, zoals Oma Rozerood zou zeggen.

Vier ik Chanoeka?

Zoals ik kerstmis vier. Het is gevoelsmatig een warme periode, waarin ik stil sta bij veel dingen: vrijheid, mijn familie dichtbij en ver weg en de wereld om me heen.

En dit jaar?

Dit jaar begint Chanoeka op zondag 18 december, altijd een belangrijke datum voor me. Maar dit jaar dubbel belangrijk, omdat ik dan Oscar en Oma Rozerood speel in Spanbroek. Dus al zou ik het willen vieren: morgen is een dag van voorbereiden, concentreren en intens spelen.

Bonus-weetje voor als je dit jaar met Kerst Triviant moet spelen

De Maccabaeën die de Joden aan Chanoeka hielpen, zijn genoemd naar de Priester-familie “Maccabi” die de opstand leidde. Veel voetbalclubs gebruiken de heldennaam in hun clubaanduiding, voorbeelden zijn de grote Israëlische clubs Maccabi Haifa en Maccabi Tel Aviv.

Deel dit:

Huisvrouw met een hobby

Schermafdruk uit film: Ratatouille van Pixar. Criticus Anton Ego ontmoet nieuw talent Remy, ook zo'n huisvrouw met een hobby
Schermafdruk uit film: Ratatouille van Pixar. Criticus Anton Ego ontmoet nieuw talent Remy.

De wereld is zelden vriendelijk tegen nieuwkomers. En het helpt niet als je een vrouw bent en je kribbetje niet in Nederland stond. Want hoewel je het niet verwacht heersen ook in theaterland vooroordelen. Zo schreef een programmeur van een “gesubsidieerd theater met een regionale functie” me drie jaar geleden af met de melding dat ze geen “huisvrouw met een hobby” programmeerden. Zo’n reactie van een levensvorm met de empathy van een Ammoniet is toch even slikken. Maar, zoals Oma Rozerood zegt, er is altijd wel een zakje bloem ( = een oplossing), want er zijn mensen die wel in je geloven en die nieuw en onbekend een kans willen geven en je in huis halen.

Dat vertrouwen wil ik dan waarmaken. Of dat nu in een theater, kerk, huiskamer, festival of tuin is. Daar doe ik alles voor. Eindeloos heb ik gewerkt aan de beheersing van de Nederlandse taal en het kwijtraken van een accent. Ik leef heel bewust, repeteer veel en ben constant aan het bijleren.

Het is fijn te merken dat het aantal bezoekers verdubbelt of verdrievoudigd op locaties waar ik terugkom. En ik merk de toenemende interesse ook in de reacties via mijn website en op social media. Toeschouwers vinden het mooi wat ik maak, het raakt ze en zet mensen aan het denken. De reacties zijn vaak hartverwarmend.

En zo af en toe zijn er van die momenten waar ik dan extra bij stilsta. Dat interview van ruim een uur op Radio 1 en de eerste voorstelling die binnen een week uitverkocht, als recente voorbeelden. Of de eerste voorstelling die ruim voor de speeldatum in de voorverkoop al meer dan honderd bezoekers deed. Het is vast klein bier voor bovengenoemde programmeur, maar een grote stap voor deze “huisvrouw met een hobby” die de 2 uur durende theatervoorstelling als Oscar en Oma Rozerood minimaal zo’n 60 keer door het hele land speelt.

Deel dit:

Dag van de Vrijwilliger

Veel warmte in de samenleving wordt verzorgd door vrijwilligers. Denk alleen maar aan die talloze zorgmedewerkers die vrijwillig helpen. En aan al die mensen die als vrijwilliger helpen om theaters, bioscopen, bibliotheken en musea open te houden. Of mensen die vrijwillig noodhulp bieden, hier op straat of heel ver weg. Zonder die vrijwilligers zou de samenleving een heel stuk killer zijn.

7 December is het de dag van de vrijwilligers. Een moment waarop we extra stilstaan bij al die inspanningen van veelal onzichtbare mensen.

Deel dit:

Cheers Kirstie Alley, voor alles.

2013 was voor ons niet een makkelijk jaar, al waren het – zo terugkijkend – vooral luxe-problemen. Onze dochter was twee en had ons leven redelijk op zijn kop gezet. We waren net verhuisd en vonden zo 1-2-3 niet onze draai. We zaten in een gekke werk-situatie waarbij we met onze kleine organisatie in een gedwongen huwelijk moesten samenwerken met een beursgenoteerde moloch vol politiek. Zelf had ik net ‘Improvisatie-theater ontdekt’ dus ook op dat vlak borrelde er van alles.

“Making your way in the world today takes everything you have got.

Taking a break from all your worries sure would help a lot …”

Conform de titelsong van ‘Cheers’ besloten we er een paar weken tussenuit te gaan. We zochten de herfst op in de Verenigde Staten.

Cheers ontdekte ik via North & South, een serie die ik keek vanwege mijn grote held Patrick Swayze. Daar zag ik Kirstie Alley voor het eerst. Zij speelde de sterke en eigengereide vrouw Virgilla Hazard. Toen ze later Shelly Long verving in Cheers verhuisde ik met haar mee. Ze deed dat op zo’n grandioze manier dat Cheers één van de weinige langlopende series is waarvan ik eigenlijk iedere aflevering wel heb gezien. Toen we daar in de buurt waren, moest ik dus even een kijkje nemen in het café gezicht gaf aan het café Cheers.

We hadden een fantastische vakantie in uitgestrekte bossen vol beren en wolven. Maar die weken zullen ons het meeste bijblijven door alle brandweerkranen waar mijn dochter op wilde klimmen. Zoals die gele voor de Mayflower. Het klimmen en spelen duurde en duurde. Uiteindelijk konden we die replica van het schip waarmee de Christelijke Pelgrims naar Amerika kwamen uiteindelijk niet bezoeken. Boeien.

“Als puntje bij paaltje komt, dan is het niet de wetenschap die je overeind houdt, het is de overtuiging, de spirituele kant van het leven, die dat doet, ongeacht welke religie je hebt.” Dat zei Kirstie Alley toen ze haar vroegen waarom ze ondanks haar ziekte zo vrolijk bleef. Oma Rozerood had het niet beter verwoord. Cheers!

Deel dit:

Warme gevoelens bij Theater De Garage

Iedere voorstelling die ik ontwikkel speel ik in een bepaalde vorm tientallen malen op dezelfde plekken, zoals mijn studio, een studio bij mijn regisseur Paul Dekker en de oefenzaal van de Meisner Toneelacademie ‘s-Hertogenbosch. In die zaal speel ik dan ook altijd de eerste voorstellingen waar een paar mensen publiek bij aanwezig is. Warme gevoelens bij Theater De Garage heb ik omdat zij als eerste externe partij ooit mijn voorstelling in de agenda zetten.

Er komt natuurlijk een moment waarop ik met een voorstelling naar buiten ga. Dan ga ik het spelen op plekken waar ik het nog niet eerder gespeeld heb. Dat is een bijzonder gevoel, want iedere locatie heeft zo zijn eigen energie.

Het is niet vanzelfsprekend dat je overal mag spelen. Integendeel, want theaters zijn druk en ruimte en middelen zijn beperkt. Iedere keer als een theater dan voor me kiest en mijn voorstelling in een agenda zet, dan is het alsof de zon mijn hart verlicht.

De eerste keer dat me dat gebeurde was begin 2020 en dat was een bijzonder moment. Mijn voorstelling ‘Zij zagen Oorlog’ was net klaar en we waren met diverse partijen in gesprek over speeldata. Ik had een paar foto’s, maar geen video-promo, geen website, geen nieuwsbrief en geen facebook. Toch besloot Theater de Garage in Venlo om mijn voorstelling voor december 2020 in de agenda te zetten, een onbeschrijfelijk gevoel.

Het prachtige theater is gebouwd in een oude garage en heeft een fantastische zaal met 98 zitplaatsen. Als zoveel theaters draait het op vrijwilligers. Het is werkelijk een geweldige plek om te spelen en ik was wat trots dat ik er een jaar later terug mocht komen met de reprise van ‘Zij zagen Oorlog’. 8 december ben ik er weer en wel met het kerstverhaal Oscar en Oma Rozerood.

Deel dit:

De trommel uit theatershow Zij zagen Oorlog

Meisje zit op de grond en speelt met een snaartrommel. De trommel uit theatershow Zij zagen Oorlog speelt een belangrijke rol in een scene.

Eerder vertelde ik over de authentieke koffer die ik gebruik in ‘Zij zagen Oorlog’. Die was van de broer van mijn oma aan wie ik de voorstelling heb opgedragen. En de bril. Nu wil ik het hebben over de trommel uit de voorstelling.

Ik heb er twee, beide zijn origineel uit de jaren ’40. De goed oplettende toeschouwer of kijker van de video’s kan het verschil gezien hebben, want de trommels zijn niet gelijk. De ene trommel is iets groter en die grote wijkt ook qua kleur af.

Eerst over de kleine trommel. Die is iets dunner dan de grote en de diameter is heel iets kleiner. Het is een originele trommel met zwart/witte driehoeken en rode details, duidelijk van de militaire jeugdbeweging tot 16 jaar. We kochten hem van een Russische verzamelaar in Waddinxveen.

De grote trommel zie je hier op de op foto. Toen we hem kochten hadden we niet echt een idee hoe hem te gebruiken, maar we wisten dat ie een rol moest krijgen. De verkopers vonden het een jeugdtrommel van hun opa en dat baseerden ze op zijn verhalen en de afwijkende kleuren: geel met rood.

Wat ze niet zagen of wilden zien, is dat de trommel is overgeschilderd. Het origineel was niet rood/geel, maar zwart/wit. Dit is een trommel van de beruchte elite-afdeling van het toenmalige Duitse leger en dat wijst erop dat opa waarschijnlijk als Nederlandse vrijwilliger dienst deed in dat leger.

Beide trommels passen in ‘Zij zagen Oorlog’, want ze zijn het instrument van de naïve jonge Brigitte. Zij heeft grote dromen en is heel duidelijk in haar normen en waarden, en ze bereid pijn te lijden voor haar principes.

De persoon op de foto naast de trommel is mijn dochter. Precies de persoon die tijdens de bijna 50 theatervoorstellingen van ‘Zij zagen Oorlog’ het geluid deed en die me altijd helpt met mijn teksten en de muziek.

Meer over attributen die ik in ‘Zij zagen Oorlog’ gebruik: 

Deel dit: