Ksenia - algemeen

Van gedwongen verhuizing tot wederopbouw

De zwarte tulp staat voor totale toewijding en liefde, voor veerkracht en het overwinnen van uitdagingen. In de Islamitische cultuur is het een symbool voor de goddelijke perfectie en overvloed. “Zwarte Tulp” is de naam die de Nederlandse overheid na de Tweede Wereldoorlog koos voor de operatie die alle Nederlanders van Duitse komaf het land uit moest gooien.

De aan de nazi’s gelieerde Duitsers waren (ruim) voor de bevrijding al vertrokken, grotendeels vrijwillig maar soms ook met geweld weggejaagd. Een aantal overleefde dat niet, want wraakgevoelens hadden vrij spel. Hoeveel doden er vielen is onbekend, want “de afrekening” werd niet geregistreerd. Toch hoopte de Nederlandse regering tijdens “Zwarte Tulp” nog zo’n 25.000 mensen uit te kunnen zetten.

Dat betroffen vooral families die ruim voor de oorlog naar Nederland waren verhuisd en hier soms al tientallen jaren woonden. Maar er zaten ook Joodse vluchtelingen van Duitse komaf bij. Voor Minister van Justitie Kolfschoten (KVP) maakte die achtergrond niet uit, want ze moesten er allemaal uit, en al hun bezittingen werden in beslag genomen.

De economische omstandigheden maakte dat niet iedere Nederlander met Duits bloed uitgezet kon worden. Een aantal was van cruciaal belang voor de industrie en velen werkten in de land- en mijnbouw. Uiteindelijk wist de Nederlandse overheid toch duizenden mensen statenloos te maken, uit te zetten en hun bezittingen in te pikken.

Nederland was daarin niet uniek, want in de periode 1946-1949 werden er wereldwijd miljoenen mensen weggejaagd en uitgezet. In Europa waren dat er rond de 18 miljoen, in het Midden-Oosten zo’n twee miljoen. Het meerendeel van deze mensen werd opgevangen, kreeg een nieuwe nationaliteit en hielp bij de wederopbouw.

Duitsland ving 14 miljoen mensen op, Polen 2 miljoen, Oekraïne (toen onderdeel van de USSR) 500.000, Nederland 340.000 (voornamelijk uit Nederlands-Indië), Hongarije 250.000, Slowakije 75.000 en andere landen elk tienduizenden. In het Midden-Oosten ving het jonge Israël zo’n 900.000 mensen op, waaronder 250.000 Moslims. 700.000 Palestijnse vluchtelingen konden niet rekenen op enige barmhartigheid van de Arabische heersers (Jordanië en Egypte), en werden na de verloren oorlog onder valse voorwendselen in kampen gestopt.

Ruim negentien miljoen vluchtelingen kregen zo mogelijkheden om in moeilijke omstandigheden en zonder bezit aan hun toekomst te bouwen. Ze kozen voor vrede, lieten haat voor wat het was en zetten de schouders eronder. Als de Jordaniërs, Syriërs en Egyptenaren die Palestijnen in geest van de Zwarte Tulp in 1949 dezelfde kans hadden gegeven, dan was Gaza met zijn prachtige stranden een tweede Dubai geweest en dan stond nu in elke westerse keuken olijfolie uit Palestina.

Deel dit: