Jerzy Grotowski, de grote theateronderzoeker

Jerzy Grotowski, de grote theateronderzoeker: foto van een plaquette op de muur van de studio van deze - inmiddels overleden - Poolse regisseur.
Plaquette van Jerzy Grotowski op de muur van zijn “Theater Laboratorium” in Polen.
Heem will ihchCC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.

Vliegtuigen vol humanitaire – en militaire hulp voor Oekraïne vliegen af en aan op het kleine vliegveld van de Poolse stad Rzeszów. De stad is qua omvang vergelijkbaar met Groningen. Het nabij gelegen vliegvlieg is iets groter dan vliegveld Eelde. Vanaf de Poolse stad is het normaal gesproken twee uur rijden naar de grote Oekraïense stad Lviv. Maar door oorlogsgeweld, vluchtelingen en wegafsluitingen doe je er nu bijna vier uur over. Rzeszów is voor mij vooral de geboortestad van Jerzy Grotowski, de grote theateronderzoeker .

Via docent, coach en regisseur Paul Dekker kwam ik jaren geleden in aanraking met de Grotowski Techniek. Het is een fysieke acteertechniek gericht op zuiver acteren. Het was voor mij een ware openbaring. Samen maakten we de voorstelling Strannik.

Ksenia speelt Strannik: de mens als Pelgrim, slechts in leven waar de voeten de grond raken.

Ook acteren doe je met je lichaam. Het voorbereidend werk, zoals het leren van tekst en het analyseren van een karakter, doe je met je hoofd. Daarna laat je die informatie als het ware in je lichaam “zakken” en kom je in de verbeelde wereld waar je dingen ziet, hoort, proeft, beleeft. In deze verbeelde wereld produceert je lichaam impulsen, je stem en je emoties.

Door middel van de fysieke Grotowski training gaat de acteur op zoek naar de impulsen die uit het dieptste van zijn lichaam stromen en leidt deze zo zuiver mogelijk naar de expressievorm die nodig is voor de voorstelling. Op het moment dat de acteur deze handeling volbrengt, is hij ten volle aanwezig op het toneel, iets wat vaak met “stage presence” wordt geduid. De toeschouwer is dan geboeid door alles wat de acteur doet, die herkent zichzelf erin.

Zo’n totale handeling is alleen mogelijk als het lichaam ‘transparant’ en afgestemd is op de kleinste impulsen van binnen en van buiten. Om deze transparantie te bereiken train je je lichaam als acteur op een zeer specifieke wijze. De training die Grotowski in zijn theater laboratorium is daarvoor ontwikkeld.

Jerzy Grotowski, de grote theateronderzoeker, inspireerde talloze mensen die hun eigen fysieke acteertrainingen ontwikkelden. Ook die streven hetzelfde doel na: ze leren je zuiver acteren. Ik volgde er verschillende, maar bij Grotowski ga ik echt ‘aan’.

Deel dit:

Achter de schermen

Achter de schermen is een voorstelling als de ringen van een ui die door een heel team aan specialisten tot een geheel gemaakt wordt.

Via mijn website vraagt iemand hoeveel tijd er zit in het ontwikkelen van de voorstelling. Eerder werd die vraag me al op Facebook gesteld. Het is een voor de handliggende vraag, waarop ik een uitvoerig antwoord beloofd heb: hoe gaat het er achter de schermen aan toe?

Idee

Alles begint met een idee en dat ontstaat doordat een verhaal me grijpt of een situatie me raakt. Die inspiratie kan overal vandaan komen. In het geval van ‘Zij zagen Oorlog’ is dat de gedachte van ergens te wonen en er volledig bij te horen, maar dan toch je land uit te moeten omdat een klein deel van de mensen om je heen dat wil en de rest daar niet tegen ageert. 

Verkennen en ontdekken

Als zo’n idee echt gaat leven, dan ga ik daarmee aan de slag om het vorm te geven. Ik heb daar via allerhande opleidingen een pallet aan tools en technieken voor geleerd. Ik put zelf vooral uit Meisner Technique en Grotowski. En hoewel dat vooral Amerikaanse technieken zijn, leerde ik ze in Den Bosch, want daar zit de Meisner Academie. Ik werk grof een eerste karakter uit en zoek wat de persoon drijft en zoek zo mijn weg.

Van verhaal naar vorm

Dat proces zit in mijn hart en hoofd en groeit uit naar ‘actie op de vloer’ waar direct meer mensen bij betrokken zijn. In eerste instantie een regisseur, in dit geval Paul Dekker. 

We zijn dan niet bezig met een voorstelling, maar gewoon met een verhaal. Dat heeft een bepaalde spanningsboog en emotie en lengte. We zijn dan actief bezig met het invullen van witte vlekken en zo onstaat er langszaam een vorm van iets dat een voorstelling kan worden. 

In de ontwikkeling zijn we dan halverwege, maar tijdstechnisch is het hooguit een kwart. Eerder nog minder. Hoelang deze periode duurt kan ik niet zeggen, want dat is afhankelijk van het verhaal en de rijping. 

In aanloop naar ‘Zij zagen Oorlog’ duurde deze periode enige maanden, maar voor mijn andere voorstelling was het idee er direct toen ik een boek las. 

Niet alleen

Uiteindelijk ontwikkelen Paul en ik zo een voorstelling en als dat voor 90% staat, gaan we finetunen: choreography, emoties, stem, uiterlijk, kleding, muziek, licht en eventuele effecten. Daarvoor kan ik leunen op een vast team van mensen waar ik meerdere voorstellingen en andere projecten mee heb gedaan. Samen brengen we de voorstelling dan naar een moment dat we hem als ruwe try-out kunnen laten zien aan een select gezelschap van kijkers. 

Van showcase naar try-out

Die eerste ruwe versie noemen we een showcase. De feedback die we krijgen koppelen we aan onze eigen ervaring en de ideeën die we nog hadden, of de ambities die nog in de pipeline zaten. Zo werken we toen naar een eerste echte try-out met publiek. 

De feedback van de try-outs verwerken we, inclusief onze ervaringen met audio, licht, etc. Dat allemaal leidt tot optimalisaties, cq. verbeteringen op weg naar de première. 

Twee concrete voorbeelden in de tijd

Aan ‘Zij zagen Oorlog’ ontwikkelden we nagenoeg heel 2019. Ik speelde een aantal showcases aan het einde van het jaar, om begin 2020 vervolgens twee grote try-outs te spelen in België. In februari speelde ik nog drie try-outs in Nijkerk en Hoevelaken en in mei zou ‘Zij zagen Oorlog’ in premiere gaan. Dat lukt door corona-maatregelen helaas niet, dus de première werd opgeschoven naar september 2020. 

‘Zij zagen Oorlog’ speelde ik vervolgens tientallen malen voor publiek en die voorstelling speel ik ook in 2022 nog. Tot en met 9 mei sta ik ermee in theaters of bij bevrijdingsherdenkingen (ook in 2023 en 2024 trouwens). 

Op 9 juni 2022 gaat mijn nieuwe voorstelling in première. Het idee daarvoor ontstond najaar 2020 toen ik een boek las. Het ruwe ontwerp voor de voorstelling maakte ik met regisseur Paul Dekker tot de herfst van 2021. In de zomer speelde ik in de betuwe in een tent een stuk voor een aantal vrienden. Het voelde goed en de feedback was positief, dus we besloten de rechten te verwerven en daarna hebben we de voorstelling doorontwikkeld. 

Eind december 2021 speelde ik een showcase van ca. 20 minuten. Additionele showcases vervielen omdat er wederom sprake was van een lockdown. Op 9 juni gaat de voorstelling in première en het spreekt voor zich dat ik hem voor die tijd nog wel ergens als een grote try-out speel, maar op dit moment is dat nog onduidelijk. 

15 maanden

Nu ik zo op beide processen terugkijk, constateer ik dat ik in beide gevallen zo’n 15 maanden aan de voorstelling heb gewerkt voordat hij in zijn geheel ergens het theater in ging. Ondanks dat het vertrekpunt van beide producties heel anders is en ze in de uitvoering totaal niet op elkaar lijken.

Deel dit:
lees meer