Elke maand gratis nieuwsbrief:

Muziek van een volk op de vlucht

Mijn familie werd bijna 2000 jaar geleden met geweld weggejaagd uit het Midden-Oosten. Behalve hun geschiedenis en muziek namen ze niets mee. De stam viel uit elkaar en vluchtte alle kanten op. 

Vluchten om te overleven

Een deel trok naar Noord-Afrika. Later moesten ze daar vertrekken en vonden ze tijdelijk rust in Spanje. Na een paar honderd jaar werden ze ook daar met geweld weggejaagd. 

Een groter deel trok via Griekenland Europa in. Via omzwervingen werd Polen bereikt. Daar ging het goed tot de Russische Tsaar het gebied inlijfde. Mijn familie werd met talloze stamgenoten in een reservaat gestopt. Uiteindelijk vluchtten ze van Polen naar het oosten van Oekraïne in wat later de USSR werd. Van daaruit vluchtten we in 1991 naar het Midden-Oosten en gingen we dus terug naar huis. 

Muziektheater voor een festival

Twee jaar geleden maakte ik voor het festival Muziek in de Tuin in Dalfsen de korte muziektheater-voorstelling Muziek van een volk op de vlucht. Ik speelde de voorstelling drie keer bij Frans en Annemarie in de prachtige beeldentuin. Met liederen vertelde daar het verhaal van de reis van mijn familie, zonder het heel persoonlijk te maken, want daar was ik nog niet aan toe. 

Muziek van een volk op de vlucht

Ruim 2000 jaar duurde de trektocht van het Midden-Oosten terug naar het Midden-Oosten. In die 2000 jaar waren we nooit gelijkwaardig aan de lokale bevolking. We mochten ons niet vrij bewegen, moesten vaak duidelijk gemerkte kleding aan en mochten niet alle beroepen vervullen. We mochten niet veel bezitten en wat we hadden moesten we bij vertrek achterlaten. Hoe vaak zijn eigenlijk met niets opnieuw begonnen? Het volk bleef op de been dankzij eeuwenoude tradities, verhalen van vroeger en muziek. 

Arum dem Fayer

In de afgelopen twee jaar werd de voorstelling langer, heel persoonlijk en veel optimistischer. Dat laatste kenmerkt ons. De ellende kan groot zijn, maar het glas is altijd halfvol. Ze kunnen ons alles afnemen, maar er is altijd iets op te bouwen en altijd iets om voor te leven. 

Een bekend modern spreekwoord bij ons luidt: “Ze probeerden ons te vermoorden en dat mislukte. Laten we eten.” En vaak maken we er daarna een feestdag van. Muziek van een volk op de vlucht werd zo Arum dem Fayer, een voorstelling over veerkracht en hoop. 

Deel dit:

Vechten vanwege hun afkomst

Op school moesten mijn vrienden vechten voor hun leven. Niet om wat ze deden of nalieten. Maar vanwege hun afkomst. Vanaf hun geboorte waren ze gemerkt.

Dat gold ook voor mij, maar de achternaam van mijn vader maakte dat ik die afkomst makkelijk kon verbergen en zelfs ontkennen. Dankzij hem was mijn huidskleur ook licht genoeg om op straat en in het openbaar vervoer het voordeel van de twijfel te krijgen.

Die vader dank ik aan het antisemitisme dat heerste in het oosten van Oekraïne, toen onderdeel van de USSR. Mijn zeer getalenteerde moeder werd vanwege haar afkomst bijvoorbeeld niet toegelaten op een conservatorium. Haar ouders hadden geen andere keuze dan haar 1500 kms verderop te laten studeren, alleen in een hele grote stad.

Dat we in grote steden mochten wonen was overigens al heel wat, want dat was verboden voor mijn voorouders. In het vestigingsgebied tussen de Oostzee en de Zwarte Zee mochten ze kleine dorpjes zonder noemenswaardige faciliteiten bouwen. Dat reservaat besloeg een deel van het huidige Polen, Litouwen, Wit-Rusland en (het westen van) Oekraïne.

De pogroms die daar plaatsvonden maakten dat veel inwoners na de eerste wereldoorlog de benen namen naar de Verenigde Staten. Anderen – zoals mijn betovergrootouders – geloofden in de voorzienigheid van de communistische heilstaat en vertrokken midden in de Russische burgeroorlog naar een zgn. ‘Rode regio’.

In mijn voorstelling Arum dem Fayer treed ik in de schoenen van die voorouders. En beleef ik die dilemma’s.

Deel dit:

Een nieuw begin

“Heeft u een afdeling gevonden voorwerpen?”

Een jongeman van een jaar of 25 kijkt me verwilderd aan.

“Ik ben op zoek naar een fotoboek. Dat zijn we in dit hotel kwijtgeraakt.”

Mijn gedachten gaan ik terug naar begin jaren ’90 van de vorige eeuw toen ik met mijn familie werd opgevangen in een kamertje in dit hotel in Jeruzalem. We woonden daar tot er ergens een appartement beschikbaar was. Dat duurde uiteindelijk een half jaar.

Die enorme receptie met die marmeren vloer was onveranderd. Over die vloer hebben tienduizenden mensen zoals ik gelopen. Mensen die niet geliefd waren in het land waar ze geboren zijn. Maar ook mensen die actief vervolgd en vermoord werden in hun geboorteland, zoals bijvoorbeeld Ethiopiërs. Na hun evacuatie kusten ze in Jeruzalem die marmeren vloer, omdat ze wisten dat ze eindelijk een veilig thuis hadden.

Wij deelden de 15e verdieping met talloze Ethiopische gezinnen. In de nooduitgang hadden we met elkaar een piepkleine keuken. Daar waren altijd mensen druk in de weer. De geuren die ik rook, wow!

We hadden dagelijks verplicht les in de taal en cultuur van het land en meerdere malen per week ging ik daarnaast naar een vrouw die me hielp met de uitspraak. Zij was in Jerusalem geboren, net als haar ouders en haar voorouders. Zij was over de 80 toen ze mij in 1991 hielp met mijn Hebreeuwse uitspraak. Ze is dus geboren in het Ottomaanse Palestina. Op papier verhuisde ze drie keer: van het Ottomaanse Palestina naar het Engelse Palestina naar Israël, maar fysiek woonde ze nog altijd op dezelfde plek als haar voorouders.

Dit jaar was ik voor het eerst terug in dat hotel. Ik stond bij de receptie en liep over die marmeren vloer. In mijn gedachten zag ik die Ethiopiërs weer de vloer kussen. Die grote bruine ogen vol tranen van vreugde. Ze waren letterlijk aan de dood ontsnapt. Die emoties zijn niet beschrijven.

“Wanneer heeft u dat fotoboek verloren en in welke kamer verbleef u?” De vragen van de receptionist brachten me terug naar nu.

“Wanneer?” zei ik, terwijl ik hem aankeek. “Eh, een jaar of 30 geleden.” Ik realiseerde me dat hij toen nog niet geboren was.

Hij lachte en zei verontschuldigend: “We bewaren gevonden spullen 30 dagen, geen 30 jaar. Sorry.”

Deel dit:

Bevrijdingsdag 2024 in Venlo

Bevrijdingsdag 2024 in Venlo was emotioneel en indrukwekkend. Op 5 Mei speelde ik in een vol Theater de Garage mijn muziektheater-voorstelling Arum dem Fayer. Na afloop genoten we met een aantal bezoekers van een Vrijheidsmaaltijd aangeboden door Nationaal Comité 4 & 5 mei. Aan tafel spraken over de voorstelling en over de betekenis van vrijheid. Een dag om nooit meer te vergeten.

Arum dem Fayer is mijn verhaal op zoek naar vrijheid. Mijn muzikale reis leidt van de USSR naar Nederland om in vrijheid te kunnen leven en om mezelf te mogen zijn. Ik werkte zo’n twee jaar aan deze voorstelling en het is mijn meest persoonlijke stuk ooit. In Venlo speelde ik voor het eerst de volledige show, inclusief alle liederen en verhalen. 5 mei was voor mij daarom een hele bijzondere dag en niet alleen vanwege Bevrijdingsdag.

De reacties na de voorstelling waren overweldigend en dat werd me een aantal keren bijna teveel. Bezoekers vonden het mooi, imposant en aangrijpend. Een educatieve voorstelling met vele lagen. De relatie tussen gebeurtenissen in mijn familie en het wereldtoneel maakte ontwikkelingen in de tijd duidelijk. Dat overviel me, want uiteindelijk ben ik ook niet meer dan een zandkorrel in die hele grote zandloper die we kennen als ‘de wereld’. 

Deel dit:

Iconische scene maakte ik met mijn dochter

3 jaar geleden was ik druk met het ontwerpen van Oscar en Oma Rozerood. Bepaalde scenes waren zo uitnodigend dat mijn dochter daarbij hielp. Samen bestudeerden we bijvoorbeeld hoe doeken door de lucht bewegen. Iedereen die Oscar en Oma Rozerood bij me in het theater heeft gezien, die herkent de iconische scene die het uiteindelijk geworden is.

Vandaag ben ik in Zwolle bezig voor mijn muziektheatervoorstelling Arum dem Fayer in Theater de Garage in Venlo, terwijl diezelfde dochter in Rotterdam repeteert voor Rotterdam Circusstad Festival waar ze met een voorstelling onderdeel is van de openingsact Kabaal (1 mei). Eenzaam in mijn studio zing ik liederen en repeteer ik teksten voor die vijfde mei in Venlo. Maar af en toe gaan mijn gedachten naar mijn dochter die in Rotterdam druk is met haar eenwieler, maar ook met koord, acrobatiek en andere circustechnieken. Haar vrolijkheid en creativiteit zijn altijd erg aanstekelijk wanneer ze voor de lol meezingt of me helpt met teksten.

Deel dit:

Acteren voelt als een verslaving

Ja, acteren voelt als een verslaving. Het greep me toen ik moeder werd en met mijn dochter ging spelen. Als nerd verdiepte ik me in speltechnieken en ontdekte zo theatersport en in het verlengde theater. Mijn eerste optredens waren improvisatie-optredens. Ik speelde ook ruim een jaar met Retteket improvisatietheater voor – en met kinderen. Inmiddels speel ik door heel Nederland al bijna 5 jaar avondvullende voorstellingen. 

Voordat ik op mag voel ik een gezonde spanning, één die aanschurkt tegen opwinding. Ik hou van die druk. En ik weet dat ik een topprestatie moet neerzetten. Dat ben ik verplicht aan het publiek en ook aan de karakters waarin ik transformeer. Maar ook aan alle vrijwilligers waar de theaters op draaien. En aan de schrijvers van de scripts en de liederen, de muzikanten, arrangeurs, kleedmakers, decorbouwers en de techniek. Bovenal ben ik het verplicht aan mezelf, want iedere voorstelling helpt me groeien. Als op het podium de lichten aan gaan, dan voel ik de vlinders in mijn buik razen. 

Ik speel veel voorstellingen door elkaar. Soms twee verschillende op één dag. Dat is mijn vak. Daar heb ik voor geleerd en daar werk ik iedere dag ongelofelijk hard voor. Wekelijks heb ik zangles van Lucette van den Berg en voor mijn lichaam doe ik Alexander Techniek en Lucid Body. Naast al die structurele trainingen, volg ik ook veel losse masterclasses. Afgelopen week nog via Meisner acteerstudio Performance Expression Technique van Elsa van der Heijden. Dagelijks repeteer en zing ik. En ik loop hard, doe fitness en ga heel bewust om met voeding. Acteren is topsport. 

Deel dit:

Arabisch restaurant op de kruising van Latrun

Vorige week nog at ik in Israël in dit Arabisch restaurant op de kruising van Latrun. Hier zijn een paar grote historische plekken en dus toeristische trekpleisters naast elkaar te vinden. Het beroemde Christelijke klooster van Latrun staat nabij de plek waar Jezus verscheen aan zijn volgelingen in Emmaüs (Zie: Lucas 24:13-35). Daar tegenover ligt het grootste Israëlische militaire museum Yad La-Shiryon. De kruising heeft een belangrijke plek in de Israëlische geschiedenis.

Belegering van Jerusalem

Om de ca. 100.000 Joden in Jerusalem van water en voedsel te voorzien, moesten de konvooien in de jaren ’40 via deze kruising rijden. Een andere weg was er niet. De heuvel bij de kruising werd gedomineerd door een fort dat door Engelsen was gebouwd en door troepen van het Arabische legioen was bezet. Dit legioen was onderdeel van het Jordaanse leger en werd geleid door Engelse officieren. Na 1947 stond het legioen Joods gebruik van de weg niet meer toe, waarmee ze letterlijk over leven en dood van 100.000 mensen in de Heilige Stad beslisten.

Joodse nederlagen

Na het uitroepen van de Israëlische staat vielen de Joden direct het Arabische Legioen aan. Ze slaagden er niet in de tot de tanden toe bewapende en goede getrainde Jordaanse soldaten te verslaan en het kruispunt te veroveren. Sterker nog, de Joden leden vijf bloedige nederlagen op rij. Dat deed dubbel pijn, want de aanvallen werden deels uitgevoerd door Joodse holocaust-overlevers. Daarop besloten ze een noodweg door de bergen aan te leggen en zo de belegerde Joden in Jerusalem te voeden. Pas in 1967 wist het Israëlische leger het kruispunt in te nemen.

Mythische status

De strijd om de kruising kreeg door de jaren heen een mythische status in Israël. Deels vanwege de betrokkenheid van de holocaust-overlevers, deels vanwege het breken van het beleg van Jerusalem. Niet voor niets werd het veroverde fort het hart van dat historische museum. Op die heilige plek, met uitzicht op het beroemde klooster van Latrun en recht voor de ingang van dat militaire museum zit dus een groot restaurant van een Arabische eigenaar met Arabisch personeel en nog durft de media te spreken over de Israëlische apartheidsstaat.

Deel dit:

Kromenië

Voordat ik mij verloor aan het toneel en acteren, programmeerde ik databases en internetwinkels. Zijdelings lees ik nog altijd wel wat IT nieuws, al volg ik het niet meer van dag tot dag. Maar zo’n ingezonden brief in de New York Times die mijn vorige leven met mijn huidige combineert, brengt wel een grote glimlach op mijn gezicht.

Het grootste deel van mijn IT leven besteedde ik aan een programmeertaal waar het halve internet mee werkt. Die taal kennen we als Python, en is in Amsterdam uitgevonden en gemaakt door de Nederlander Guido van Rossem.

Mijn allereerste ICT-stapjes maakte ik echter in de jaren ’90 met software van Microsoft. Dat is niet het scherpste mes in de keukenlade. Het is ook niet de veiligste software. Maar iedereen gebruikte het. Dus verdiepte ik me in de programmeertaal in Excel en Word. Die kleine programmaatjes die je daarin maakt heten macro’s. Mijn eerste complexe project was het omzetten van talloze macro’s van Wordperfect naar Microsoft Word voor de Waterschappen.

Het leidde tot een hilarische spraakverwarring. Ik was de Nederlandse taal nog niet heel erg machtig. Toch moest ik de regio’s invoeren aan de hand van aangeleverde handgeschreven lijsten en zo creëerde ik onder meer het rayon Kromenië.

Toen ik daar later achteraan belde begreep niemand waar ik het over had. De Waterschappen kenden geen Rayon met die naam. Maar na enig puzzelen bleken ze wel te beschikken over een regio Krommenie.

Deel dit:

Op 5 Mei vier ik vrijheid

In Nederland voelde ik me voor het eerst in mijn leven echt vrij. Dat was een onbeschrijfelijk gevoel. Een gevoel dat veel mensen gelukkig niet kennen, want ze zijn nooit onvrij geweest. Op 5 Mei vier ik Vrijheid.

Het thema vrijheid is belangrijk in alle voorstellingen die ik maakte. Het staat zelfs centraal in mijn nieuwste voorstelling. Ik neem je mee op een muzikale reis door mijn leven, van de USSR tot Nederland. In Arum dem Fayer speel en zing ik liederen die we vroeger op straat niet mochten zingen, maar die mijn ziel gebruikte als onderduikadres. 

Op 5 mei speel ik Arum dem Fayer om 15:00 uur in Theater de Garage in Venlo. De voorstelling duurt ca 90 minuten en aansluitend genieten we van een Vrijheidsmaaltijd die wordt aangeboden door Comité 4 & 5 mei. 

Voorstelling en maaltijd zijn gratis toegankelijk, aanmelding is noodzakelijk via de site van Theater de Garage.

Deel dit:

De overheid breekt haar belofte aan mij

De overheid stelde eisen aan mij en in ruil daarvoor deed ze een belofte. Dat was in 2005. Gedurende 20 jaar kwam ik die eisen na, maar inmiddels begint de overheid de belofte te breken.

In 1994 kwam ik aan in Nederland. Tien jaar later kreeg ik tijdens een formele ceremonie de Nederlandse Nationaliteit. Ik vond het een grote eer en herinner me nog goed hoe de toenmalige Burgemeester Meijer uitlegde wat die naturalisatie betekende. Voortaan kon ik rekenen op bescherming van de Nederlandse overheid, voor zover ik me aan de wet hield. 

Een samenleving is een complex geheel

Inhoudelijk veranderde er voor mij niet zoveel. Dankzij radio 1 beheerste ik het Nederlands al goed. Ik had zo’n 5 jaar in Amsterdam gewoond en vertoefde al weer 5 jaar in Zwolle. Daar was ik ook getrouwd en werkte al ik al enige jaren. Na tien jaar had ik een goed beeld van Nederland en de Nederlandse samenleving. 

Die samenleving is een complex geheel. Het kost moeite om er onderdeel vanuit te maken. Je moet waarden en normen leren, ook de verborgen lagen. En de taal en gebruiken. Je moet je leren gedragen in die nieuwe wereld. 

Geloof in anderen

Elke dag is een training. Je beweegt je in de samenleving om je ding te doen. In mijn geval is dat het maken en spelen van een theatershow. Ook dat is een complex proces. Soms gaat dat goed, soms gaat het mis. Bijvoorbeeld wanneer je een parkeerverbod bij een theater over het hoofd ziet. Het leidt wellicht tot een goede anekdote, maar het is in ieder geval een les die je weer hebt geleerd. 

Iedere dag sta je op en duik je in die complexe samenleving. Zoals je zelf probeert te passen in de samenleving vertrouw je erop dat de omgeving werkt. Je rekent erop dat de treinen rijden en de bruggen doen waarvoor ze bedacht zijn. Je verwacht dat de politie voor je veiligheid zorgt, want dat is je beloofd. Je denkt er dus niet over om jezelf te bewapenen. Iedere dag is zo een oefening in vertrouwen en geloof in anderen. 

Benauwd

Dat ging lang goed. Heel lang. Terwijl ik het ook in Nederland niet altijd even makkelijk had, hoefde ik niet te vrezen voor mijn leven. Ik weet niet of dat nog zo is. De bedreigingen en antisemitische incidenten stapelen zich op. De houding van de Nederlandse overheid is terughoudend. Of slap. Het is nog niet zo gevaarlijk als vroeger in de USSR, maar ik heb de indruk dat we daar niet heel ver vanaf zitten. Als ik overheidsvertegenwoordigers in Leiden (wethouder) en de burgemeesters van Amersfoort, Utrecht en Amsterdam antisemitisme hoor bagataliseren, dan krijg ik het benauwd. 

In de Sovjet-Unie stak ik de weg over als ik een groep jongens tegenkwam. Dat heb ik eind jaren ’90 afgeleerd, maar ik merk dat ik het inmiddels weer doe. 

Waarom breekt de overheid haar belofte?

Dit is niet het land met de overheid die Henk-Jan Meijer mij indertijd beloofde. En dat terwijl ik me altijd braaf aan de wet gehouden heb en volledig ben opgegaan in de samenleving. Ik eet drop, pindakaas en boerenkool, ik respecteer de politie en stel geen enkele god of overtuiging boven de democratie. Ik heb 30 jaar in Nederland belasting betaald en heb gedaan wat er van me gevraagd werd. Ik heb nooit subsidie aangevraagd of een uitkering gehad, maar nu ik een beroep op ze doe voor mijn veiligheid verzaakt de overheid. 

Deel dit: