Pruttelen

Pruttelen

“We lagen onder Diepenveen en waren al een paar keer verplaatst, toen we het bericht kregen dat er Engelsen bij Arnhem waren geland. We moesten zo snel mogelijk richting de stad.”

Als ik Johan in Hannover spreek heeft hij een Duits paspoort en hij zegt een geboren Duitser te zijn, maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Zijn Nederlands is erg goed en slechts heel in verte hoor ik een Duits accent. Naar eigen zeggen dankt hij dat aan de jaren dat hij na de oorlog in Nederland woonde.

10SS

“Zoals iedere Duitse jongere moest ik bij de Hitler-Jugend (zie noot). Ik doorliep een training, maar die werd ingekort om de verliezen aan het oostfront op te vangen. Ook ik moest die kant op en vocht bij Estland tegen de nietsontziende Russen. De strijd was barbaars. Boerderijen en soms hele dorpen werden platgebrand. Via een kennis van een kennis werd ik overgeplaatst naar een nieuwe dvisie in West-Europa.”

In Midden-Nederland en het westen van Duitsland werden diverse divisie die in Frankrijk verloren waren gegaan herbouwd of nieuwe divisies opgericht. Johan kwam terecht bij een logistieke afdeling van de 10e SS. Hij werd chauffeur op een lichte vrachtwagen en reed ‘s nachts troepen en voorraden naar het front in Arnhem.

Veel Nederlanders

Nadat de Engelsen zich bij de brug hadden overgegeven, verschoof de strijd naar Oosterbeek. Johan bracht voorraden naar de frontlinies en nam gewonden mee terug: “Ik merkte dat de frustratie bij ons begon te groeien. Zoveel Engelsen konden er niet zijn en zware wapens hadden ze niet, maar zelfs met onze zwaarste tanks konden we ze niet verslaan. Onze verliezen waren enorm.”

“Er waren aan Duitse kant heel veel Nederlandse soldaten in het gebied. Vele luchtafweereenheden bestonden uit Nederlanders, maar er was ook een Nederlandse SS eenheid en veel Wehrmacht. De kwaliteit was wisselend en de uitrusting hield te wensen over.”

Een sprookje

Johan had eerder samen met Nederlanders aan het oostfront gevochten: “Over het algemeen keken we neer op die niet-Duitse vrijwilligers, maar daarvan was bij de Nederlanders geen sprake. Die hadden zich samen met de Belgen en de soldaten uit de Baltische Staten aan het oostfront bewezen. Samen streden we voor een betere wereld.”

Veel voorraden van de Engelsen vielen in Duitse handen: “Ik proefde voor het eerst in jaren weer chocolade en echte koffie en thee. Heerlijke koekjes. En vlees uit blik. Alles smaakte erg goed, want dit hadden al jaren niet meer geproefd. We verzamelden allemaal lekkere dingen in de auto voor thuis of om onderweg aan de kinderen te geven. Even geloofden we weer in de totale overwinning waar vanuit Berlijn zo op gehamerd werd. Hij zou komen en deze chocolade was slechts het begin.”

De beste herinnering uit de oorlog

Na acht dagen strijd, besloten de Engelsen zich terug te trekken over de Rijn met wat er nog over was van hun divisie. Uiteindelijk wisten zo’n 2200 soldaten de eigen linies weer te bereiken. 7000 werden er gevangen genomen en 2000 vonden de dood in deze ambitieuze poging dat stukje Nederland te bevrijden van nazi-juk. “Plots was het stil. Hier en daar viel nog een enkel schot, maar voor de rest was er niets. Ik hoorde de wind in de bomen en mijn auto pruttelen. We dronken koffie en fantaseerden tegen beter weten in over het einde van de oorlog. Dat moment is één van de beste herinneringen die ik aan die tijd heb.”

Toen de Engelsen weg waren, werd de regio opgeruimd. We verzamelden voorraden en telden munitie. Er was een eindeloze stroom gewonden die ergens naartoe moest. De situatie in Oosterbeek was verschrikkelijk en ik was blij toen ik naar Keulen werd overgeplaatst.”

Johan gaf zich aan het eind van de oorlog over aan de Amerikanen en ging na zijn gevangenschap aan het werk in een fabriek in het Rijnland, daarna in Gelderland en Noord-Limburg, om uiteindelijk terug te keren naar Hannover waar hij in 2015 overleed.

NOOT

*) Veel Duitse (en Luxemburgse) jongeren werden inderdaad tegen hun zin via de Hitler-Jugend in het leger opgenomen of gedwongen te vechten, maar de meeste Duitsers deden het toch echt vrijwillig of vanwege de traditie. Bij Johan heb ik zo mijn twijfels over zijn afkomst. Je komt als ‘gedwongen soldaat’ niet zomaar in het relatief rustige Nederland op een vrachtwagen te rijden, nadat je eerst in de totale hel bij Narva aan het oostfront hebt gezeten. Via/via duidt op ‘serieuze connecties’, die Johan via zijn ouders leek te hebben (zijn vader was officier). Ik acht de kans groot dat Johan vrijwillig het leger in ging en tot aan zijn dood warme gevoelens koesterde bij die tijd.

Meer Market-Garden op deze site

Voor het eerst naar het buitenland

Het einde bij de brug

Terug de rijn over

Deel dit:

4 Para

Afbeelding voor None

Ik zat bij de 4e Para brigade en kwam op de 18e, dus de 2e dag, aan op de Ginkelse Heide, zo’n 8 kilometer van de brug. Het was al een uur of 3 in de middag, dus we waren maar liefst 5 uur te laat en dat had alles te maken met mist boven ons vliegveld in Engeland. We landden midden in een aanval van SS’ers op de landingsvelden. 

Die aanval hielpen we afslaan en namen 3 SS’ers gevangen: 2 Nederlanders en een Pool. We probeerden diezelfde dag nog bij de brug te komen, maar werden door de Duitsers met zware verliezen terug geslagen. 

Chaos

De volgende dag vertrokken we bij het eerste licht om half 5 in twee colonnes weer richting de brug. We waren nog niet echt op weg toen we al onder vuur werden genomen door mortieren en zware machinegeweren. 

Het was een totale chaos en we verloren heel veel mensen. De strijd duurde de hele dag en gaandeweg kregen de Duitsers versterkingen van halfrupsvoertuigen en tanks. 

Man tegen man

Weer moesten we terugtrekken. Dit keer in de richting van Wolfheze. Onderweg werden we beschoten door Duitse ME-109 jachtvliegtuigen. 

Achterna gezeten door sterke Duitse troepen trokken we door bossen. We moesten ze letterlijk van ons afslaan, zo dicht zaten we ons op de hielen. 

Midden in deze chaos landden er een aantal zweefvliegtuigen met Poolse artillerie. Dit bracht de Duitsers van hun stuk en met een harde maar goed gerichte tegenaanval wisten we ze terug te slaan. 

Een nacht in het bos

Voor de nacht groeven we schuttersputjes tussen de bomen. De volgende dag zouden we terugvallen op Oosterbeek, waar in hotel Hartenstein het hoofdkwartier van de landingstroepen gevestigd was. Van slapen kwam door mortiervuur echter helemaal niets.

Bij het eerste licht vertrokken we. Duizelig van het gebrek aan slaap en water en vuil omdat we ons al twee dagen niet hadden kunnen wassen. 

Hinderlaag

Op weg naar Hartenstein werden we overvallen door SS’ers met pantserwagens uitgerust met 20 mm snelvuurkanonnen, zware machinegeweren, mortieren en tenminste één vlammenwerper. Het werd een bloedbad, we verloren veel troepen en de meeste overlevenden waren gewond. 

Met de bayonet op de wapens bestormden we de vijand. Die schrokken van het zooitje ongeregeld dat op ze afkwam en zo wisten we uit de omsingeling te ontsnappen. 

Oosterbeek

We renden tot we loopgraven zagen met Engelse troepen, die duidelijk herkenbaar waren aan hun rode baret. Daar werden we niet direct met open armen ontvangen, want een officier wilde weten wat voor een bende we waren. 

Nou, het restant van 4 Para dus. 200 van de 2000 man bereikte Oosterbeek. De rest was dood, gevangen genomen of vocht her en der nog in kleine omsingelde stellingen. 

Terug naar Nijmegen

Bij Oosterbeek vochten we dagenlang tegen een enorme overmacht aan troepen die bovendien zwaar bewapend waren. Onze voorraden werden kleiner en het aantal gewonden nam toe. Uiteindelijk moesten we ons terugtrekken en zwommen we in het holst van de nacht onder zwaar Duits vuur de Rijn over, waar we werden opgehaald met vrachtwagens om naar Nijmegen gebracht te worden. 

Meer Market-Garden op deze site

Voor het eerst naar het buitenland

Een Nederlander bij de Waffen SS

Het einde bij de brug

NOOT

Dave McPhee landde met 4 Para bij Arnhem. Dit is een deel van wat hij die 8 dagen meemaakte.

Deel dit:

Voor het eerst naar het buitenland

Voor het eerst naar buitenland

“Eindelijk was het zover: actie! We sloegen elkaar op de rug, want het wachten waren we meer dan zat.”

We spreken William, parachutist van de 1st airborne die in 1944 als 24-jarige bij Arnhem landde op de Ginkelse Hei, ook bekend als ‘Dropzone Y’. Hun doel was de grote brug bij Arnhem.

“In de vrachtwagens op weg naar het vliegveld spraken we over de operatie. We waren allemaal bang, maar ook opgewonden. De meesten van ons waren nog nooit in het buitenland geweest en best nieuwsgierig. Dat gold ook voor mij. We hadden geen idee wat we konden verwachten, maar het verzet van de nazi’s zou heel beperkt zijn.”

Dat pakte in de praktijk anders uit, al verliep de dropping heel voorspoedig.

“De landing leek op een oefening. Het weer was prachtig en er was nauwelijks wind. Met duizenden sprongen we uit de Dakota’s. Ik deed na de landing mijn parachute af en voelde de zon. Het was gewoon warm. Ik zocht mijn eenheid en we maakten ons gereed om richting de brug te vertrekken.”

Totale chaos

Die brug zouden ze nooit bereiken, want een kleine nazi eenheid bevond zich op loopafstand van de landingsplaats. De Duitse commandant wachtte niet op orders, maar ging gelijk over tot actie. Hij had maar 550 man en niet heel veel zware wapens, maar het was zijn actie die ervoor zorgde dat de meeste parachutisten de brug nooit zouden bereiken.

“We waren redelijk compleet toen we van de landingsplaats vertrokken, maar stuitten al snel op Duitsers. We dachten ze eerst onder de voet te lopen, maar toen dat niet lukte probeerden we er omheen te trekken. Dat ging ook niet helemaal goed, want in iedere boom leek een nazi te zitten. Het was een ontzettende chaotische situatie.”

Hinderlaag

Ondanks dat de Duitse tegenstand veel sterker was dan verwacht, bleven de Engelsen het proberen om de brug te bereiken. De nazi’s maakten daar handig gebruik van door ze hier en daar in een val te lokken.

“Plotseling werd er van alle kanten op ons geschoten. Granaten ontploften. We probeerden ons in te graven, maar dat lukte niet. We hadden veel gewonden toen we terug trokken. Ik bleek zelf een scherf in mijn schouder te hebben, maar kon na behandeling verder.”

Bloedbad

De tweede dag was een groot deel van zijn eenheid al uitgeschakeld: dood, zwaar gewond, of vermist. Ze hadden geen idee van de situatie of de tegenstand. Maar ze gingen het nogmaals richting brug. Nu kozen ze een route die dichter langs de rivier lag.

“Op weg naar de brug kwamen we Engelsen tegen die zich aan het terug trekken waren. Ze waren hevig onder vuur genomen door Duitsers aan de andere kant van de rivier en de weg vooruit was afgesneden door zwaar bewapende grenadiers met pantserwagens en een enkele tank. Samen probeerden we nogmaals om door te breken. Het was een verschrikkelijk bloedbad en ook voor mij het einde van de Slag om Arnhem.”

Gevangen & Bevrijd

William werd geraakt door twee kogels en raakte bewusteloos. Toen hij later door de nazi’s werd gevonden, bleek hij ook nog diverse granaatscherven in zijn bovenlijf te hebben. Hij werd behandeld en verdween tot het eind van de oorlog in een gevangenkamp.

“Het waren Russen die in april het kamp bevrijdden. Ze gaven ons wat brood en wezen richting het westen. Als we terug wilden naar de Engelsen, dan moesten we maar lopen. Zij brachten ons niet. Na een paar dagen lopen bereikten we uiteindelijk onze eigen troepen. Zo duurde mijn eerste buitenlandse reis bijna 8 maanden, terwijl ik voor 14 dagen geboekt had.”

Meer Market-Garden op deze site

Een Nederlander bij de Waffen SS

Het einde bij de brug

Terug de rijn over

Deel dit:

Ze hadden wel langer mogen blijven

Afbeelding voor None

85 is ie als ik hem spreek. Zijn hele leven postbode geweest en nu al wat jaartjes met pensioen. Amper 12 was hij toen Zwolle bevrijd werd en daar kijkt hij met gemengde gevoelens op terug. 

“Wij hadden het in Zwolle niet zo slecht tijdens de oorlog en de Duitsers gedroegen zich over het algemeen correcter dan de Canadezen die later kwamen. Als die oorlog nog een jaartje of 2 langer geduurd had, dan had ik bovendien vloeiend Duits gesproken.”

Op de Hanekamp spreek ik bij toeval een zoon van een kleine boer die indertijd aan de rand van Zwolle was gevestigd: “We hadden een groentetuin waar we net genoeg konden verbouwen voor onszelf en wat mensen in de buurt. We konden af en toe wat ruilen tegen een liter melk of spek, maar dat was het ook.” 

Zelf bracht hij in de laatste twee jaar op de fiets brieven rond. Dat waren brieven van Duitsers maar ook van Zwollenaren en van buiten de stad. “Ik was jong en vond het heerlijk om buiten te fietsen en me nuttig te maken. Ik kwam veel op de diverse hoofdkwartieren, de legerposten en bij luchtdoelgeschut van Duiters in en rond de stad. Het waren over het algemeen keurige lui, die altijd wel wat te drinken of te eten voor me hadden en een spelletje wilden kaarten of dobbelen.”

Met gemengde gevoelens kijkt hij terug op de bevrijding: “Die Canadezen vonden zichzelf de grote helden en gingen met eten, chocolade en kousen achter ieder meisje aan, ook achter mijn zussen. Die hadden daar geen zin in, maar daar hadden die soldaten geen boodschap aan. Ze achtervolgde ze tot op het erf. Pas toen een commandant ze tot de orde riep werd het rustiger. In 5 jaar oorlog hebben we dat gedoe met de Duitsers nooit gehad. Herrenvolk noemden ze zich zelf, nou op basis van hun gedrag richting mijn zussen is daar niets van gelogen.”

Dat ze zelf geen last hebben gehad van de oorlog betekent niet dat er geen gruwelijke dingen zijn gebeurd of dat hij totaal niet blij was met de bevrijding: “Door bombardementen was hier en daar veel schade in de stad en in 1945 werd de sfeer in Zwolle ook grimmiger. De Duitsers waren de strijd beu en de meesten geloofden niet meer in de overwinning. De sfeer was niet meer zo goed en waar ze eerder nog weleens een kop echte thee voor me hadden, zat het er niet meer in. Tuinen en kelders werden leeg gehaald, ook die van ons. Wel bleven ze keurig richting mijn zussen. 1945 was in zijn geheel geen fijn jaar. Pas medio 1946 werd het allemaal weer wat beter.”

NOOT: Naam en adres bekend. Wil niet met naam in de krant of op internet. Tijdens zijn werk bij de Post deze mening weleens geventileerd in een discussie over de bevrijding en kreeg gelijk het stempel dat hij een nazi zou zijn. Hij oordeelt slechts op basis van het gedrag tov. zijn zussen.

Deel dit:

De Jood die ging vechten

Afbeelding voor

Als de nazi’s de USSR binnenvallen, is Leonid 17 jaar oud. Hij woont met zijn ouders in Kharkov, maar is euforisch en wil niets liever dan de nazi’s bestrijden. 

Liegen over zijn leeftijd

Zijn ouders zijn tegen, maar Leonid moet en zal vechten. Alles voor de communistische heilstaat. 

Hij meldt zich als vrijwilliger bij het leger. Aangezien rekruten minimaal 18 jaar oud moeten zijn, moet hij liegen hij over zijn leeftijd om toegelaten te kunnen worden.

Afbeelding voor None

Joodse Communistische Cellist

Het pro-communistische gezin is pas na de Eerste Wereldoorlog verhuisd naar de USSR. Met de hele familie trekken ze van het Poolse Warschau naar Charkov in het huidige Oekraïne, omdat ze een grootse toekomst zien weggelegd voor het Rusland onder Lenin. 

In 1925 wordt Leonid daar geboren als zoon van een artistieke vader die leiding geeft aan een groot orkest. Leonid is een intelligente jongen die snel leert en hard werkt.

Hij speelt cello, schrijft muziek en is een getalenteerd tekenaar. Dan breekt de oorlog uit en dreigt dienstplicht voor Leonid. Zijn vader regelt via handige contacten vrijstelling voor zijn zoon, maar die accepteert de ontheffing niet, want hij kan niet wachten totdat hij ten strijde mag.

Totale chaos

De strijd in de USSR is barbaars en miljoenen Russen worden in de eerste weken gedood of krijgsgevangen gemaakt. Het is een totale chaos bij de communisten en de nazi’s lijken vooral te strijden tegen de onmetelijke afstanden in het immense land. 

Om gaten te dichten worden Russische eenheden halsoverkop en zonder training en wapens naar het het strijdtoneel gestuurd. Het kan de nazi’s niet stuiten. 

Eindelijk actie!

Leonid zijn hoogtepunt komt aan het eind van de zomer van 1941. Eindelijk is het zijn beurt! Hij neemt afscheid van zijn ouders trekt enthousiast richting het front. Zijn gebalde vuist is het laatste dat zijn ouders van hem zien. 

Lichaam nooit gevonden

Leonid sneuvelt vermoedelijk binnen twee dagen en niemand weet waar. Het Russische leger geeft hem pas ruim een jaar later (13 september 1942) formeel als vermist op.

Met Leonid zijn familie loopt het niet beter af. Alleen zijn zus ontsnapt aan de dood. Zij overlijdt in 2001 in Israël.

Deel dit:

Brood

Afbeelding voor

Ik zat op een bankje in de zon. Uit de menigte even verderop maakte zich een vrouw los die naast me ging zitten. Ik keek haar aan. Het was een geëmancipeerde jonge vrouw. Bleek. Niet ouder dan 18 jaar. 

Ze hief haar arm op om haar zonnekap van haar hoofd te halen en die als ventilator te kunnen gebruiken. Haar mouw viel open en onthulde een arm die uit niet meer dan een paar botten bestond. 

Ze zag mijn geschrokken blik en trok de mouw snel omlaag. “Dat is alles dat er van me over is,” zei ze, “is het niet grappig? De overheid zegt ons te verdedigden, maar we zijn aan het verhongeren.” Ze slikte. “Als we straks met genoeg mensen zijn, dan bestormen we de bakkerijen en pakken we elk een groot brood. Dat is het minste de overheid ons kan geven, aangezien ze onze mannen al afgenomen hebben.”

De menigte groeide snel tot misschien wel duizend vrouwen en kinderen. En er bleven maar mensen bijkomen en velen hadden karren bij zich. Toen het een hele horde was, liepen ze stil en georganiseerd de stad in. Ze plunderden de voorraden van de voedselspeculanten die veel geld aan deze oorlog verdienen.

Gouverneur Letcher stuurde de burgemeester om de menigte onder controle te krijgen. Hij wees de vrouwen op de wetgeving: plunderen en relschoppen zijn niet toegestaan. Zijn woorden hadden geen effect en daarom stuurde hij de lokale militie op de vrouwen en kinderen af.

Geschrokken en bang lieten de vrouwen zich terug dringen. Ze parkeerden hun karren met buit op en plein en daar bleven ze, want wilden geen gehoor geven aan het bevel om naar huis te gaan. 

President Jefferson Davis verscheen. Hij sprak de horde warm toe. De kinderen reageerden met boe-geroep, maar nadat hij veel begrip toonde voor de situatie en beterschap beloofde vertrokken een aantal vrouwen en kinderen met hun gewonnen voedsel naar huis. De meesten bleven echter staan. 

Twee Generaals eisten actie tegen deze vrouwen en kinderen, maar de Staatssecretaris vond dat geen goed idee en weigerde het bevel goed te keuren. 

Terwijl ik je dit schrijf, staan er nog altijd vrouwen en kinderen op het plein. De sfeer is goed. De overheid deelt rijst uit. 

Nu ik dit meegemaakt heb, schaam ik me voor mijn vorige brieven waarin ik klaagde over het gebrek aan luxe kleding, zoals hoeden en jurken. Brieven waarin ik klaagde over het gebrek aan dik papier, boeken en luxe eten. 

Een deel uit een brief van een vrouw uit Richmond aan een vriend, geschreven 2 april 1863. De Amerikaanse burgeroolog (12 apr. 1861 – 9 apr. 1865) was toen bijna twee jaar oud.

Deel dit:

Niet gebroken

Afbeelding voor

Energiek rent Svetlana de 12 trappen af van het vervallen appartementencomplex waar ze sinds haar geboorte met haar moeder woont. De flat stamt uit de jaren ’50 en is sindsdien nooit echt meer opgeknapt. Haar hele leven wilde deze jonge vrouw niets liever dan vluchten naar West-Europa om deze deprimerende omgeving achter zich te kunnen laten, maar nu is alles anders want er hangt verandering in de lucht. 

Het trappengat is vierkant, donker en ruikt naar een mix van stof en het door de stadsverwarming opgewarmde beton. Onderaan de laatste trap leiden wat losse treden in een diagonale lijn naar de stalen buitendeur. 

Frisse lucht

Ze huppelt de treden af, terwijl ze haar tas op haar rug gooit en in één vloeiende beweging met haar rechter wijsvinger de knop indrukt die de buitendeur ontgrendelt, terwijl de linker hand op exact het juiste moment de zware deur open duwt. Twee lange vlechten met rood met witte linten vallen over haar tas. 

De stalen deur brengt verse lucht en geeft toegang tot een binnenplaats met een vervallen speeltuin, met daaromheen een zandweg met tientallen geparkeerde auto’s. Her en der staan bankjes waar senioren in de zon onder het genot van een paar biertjes of een fles wodka een potje schaken. Het geheel wordt omgeven door sombere appartementencomplexen die na de tweede wereldoorlog en masse zijn neergezet om in het totaal vernietigde Minsk woonruimte te kunnen bieden aan een groeiende bevolking. 

Ze inhaleert de frisse lucht, pakt haar iPhone en appt haar vrienden om te vragen waar ze blijven. Zij komen haar ophalen in de prachtige 2e hands Volkswagen Golf die haar beste vriendin net uit Rusland geïmporteerd heeft. Met elkaar gaan ze naar de binnenstad om liederen te zingen tegen de zittende dictator en zijn verkiezingsfraude. 

Op weg naar een nieuwe wereld

Ze parkeren de auto bij het voetbalstadion en wandelen de laatste paar kilometer zingend en lachend richting de binnenstad. Ze dragen rood met witte vlaggen, de kleuren van het Wit-Rusland van voor dictator Lukashenko. 

Al weken demonstreert de bevolking met zang tegen de zittende heerser, of eigenlijk voor de vrijheid om gewoon op straat te kunnen lopen, te kunnen zeggen wat je wilt en je haar te kunnen dragen zoals je dat zelf leuk vindt. Ook vandaag is de opkomst weer enorm. Grote media spreken van ruim honderdduizend mensen. 

Geweldloos protest

De oproerpolitie heeft toegangswegen afgezet met 5 meter hoge mobiele metalen hekken. Daar achter staan tussen waterkanonnen duizenden agenten met knuppels en traangaswapens. 

De demonstratanten zingen en zwaaien met vlaggen. In de verte speelt een rockband ter ondersteuning en de sfeer is uitgelaten. Svetlana en haar vrienden doen fanatiek mee: voor de vrijheid, tegen geweld en onderdrukking. 

Haringen in een ton

Plotseling wordt ze onder de armen gegrepen en naar achteren getrokken. Svetlana schrikt en probeert zich los te worstelen, maar iemand pakt haar bij haar benen en een seconde later ligt ze in een bus. Voordat ze kan opstaan worden er meer mensen in de bus gegooid. Ze ligt onderop, krijgt bijna geen lucht en verliest half het bewustzijn. 

Het is een voorbode van de ellende die ze nog gaat meemaken, want ze belandt in een cel van 3 bij 4 meter die ze moet delen met 36 andere vrouwen. Eten krijgen ze niet en een toilet is er ook niet. Ze hebben zo weinig ruimte, dat ze om de beurt moeten slapen. 

Als ze om water vragen, dan worden ze door de wachtposten besproeid met steenkoud water. Ze worden doorlopend door hun cipiers geïntimeerd en met de dood bedreigd. 

Intimidatie en martelingen

Vrouwen worden hardhandig naar buiten gesleurd en opgesteld om geëxecuteerd te worden. Na enige uren in doodsangst te hebben gestaan, worden ze hardhandig terug naar de cel gesleept. Het regime doet alles om ze te breken. 

Het is vreselijk, maar het meest verschrikkelijke is het geschreeuw van mannen die een verdieping hoger zitten en dag en nacht worden gemarteld. Hun krijsen gaat door merg en been. 

Svetlana heeft geen idee wat er met haar gaat gebeuren, of en wanneer ze vrij komt. Als ze haar ogen dicht doet, dan denkt ze aan die vakantie in Berlijn, amper 90 minuten verderop. Of die zomer in Parijs, op twee uur vliegen. En de wandelingen langs de grachten van Amsterdam 150 minuten naar het westen. Allemaal zo dichtbij, maar tegelijk zo ver weg. 

VRIJHEID

In de straten en op de pleinen van Minsk en al die andere steden van Wit-Rusland gaat zonder Svetlana de strijd verder. Haar vrienden vertellen haar verhaal en dat onrecht brengt nog meer mensen op de been.

De bewoners van Wit-Rusland zijn het zat om als derderangs wezen behandeld te worden. Ze willen de kleur van hun haar of hun tattoage niet langer hoeven verbergen. Ze willen kunnen houden van wie ze willen en winkelen waar ze willen. De Wit-Russen willen leven, net als jij en ik. 

Dat nooit weer

Dat spraken we af aan het eind van die strijd tegen die dictator die miljoenen mensen zonder proces opsloot. Een strijd waarin de Wit-Russen toen twee miljoen mensen verloren, ook voor onze vrijheid. 

En nu? We zijn stil. Weer laten we het in Europa gebeuren dat een maniak jonge mensen opsluit omdat ze dromen van vrijheid. Moeders van de wereld, dit hadden uw kinderen kunnen zijn!

Deel dit:

Van hotspot naar hotspot

Afbeelding voor

Twee maanden voor zijn honderdste verjaardag overleed de Wit-Russische Yakov. Het is de opa van de voor ons oh zo belangrijke Nina, de half-zus van Ksenia. Yakov is één van die miljoenen anonieme Russen aan wie te danken hebben dat Duits een keuzevak is.

Als infanterist voor de poorten van Moskou

Hij is bijna 17 (!) als de Nazi’s de USSR binnenvallen en hij met zijn broers aan de bak moet. Hij verruilt de technische school noodgedwongen voor de infanterie en vecht een ruwe strijd tegen een superieure vijand. Ze kunnen de nazi’s niet tot stoppen dwingen en moeten ver terugtrekken. Die terugtocht eindigt rond de kerst in 1941 in de buurt van Moskou.

Yakov overleeft het bloedige winteroffensief in de metershoge sneeuw en wordt in het voorjaar van 1942 overgeplaatst naar het zuiden van Rusland. Zijn broers en vader overleven 1941 niet.

Bij Stalingrad naar de luchtmacht

In de Kaukasus kan hij als technicus aan het werk bij de relatief veilige luchtmacht. Hij werkt initieel bij de technische dienst op vliegvelden, maar wordt later boord-technicus in bommenwerpers. In die rol maakt hij het einde van de slag bij Stalingrad mee en daarna vecht hij bij Charkov en Rostov in het oosten van de Oekraïne.

Van de slag bij Minsk naar 76 dagen achtereen boven Berlijn

In 1944 zit hij bij de jachtbommenwerpers en helpt hij zijn eigen Minsk te bevrijden. Daarbij wordt de Duitse legergroep ‘Mitte’ omsingeld en vernietigd. In die twee maanden verliezen de nazi’s in Wit-Rusland net zoveel troepen als Engeland en Amerika samen gedurende de gehele oorlog. 

In 1945 is Yakov tijdens de slag om Berlijn technicus/staartschutter op een jachtbommenwerper en is hij 76 dagen achtereen in actie rond en boven de Duitse hoofdstad.

Geen waarde aan medailles

Yakov is de enige mannelijke overlevende uit zijn familie en praat nooit over de oorlog. Zijn medailles en titels interesseren hem niet: “Tegenover één waardeloos plaatje metaal staan de levens van tientallen vrienden en familieleden.” 

Hij vindt zichzelf geen held, want hij deed wat “iedereen zou doen”. 

Yakov had tot het eind van zijn leven een bloedhekel aan Duitsers.

Om zijn strijd in in perspectief te zetten een paar getallen

Aan het begin van de oorlog wonen er in Wit-Rusland net zoveel mensen als in Nederland in die tijd: ca. 8 miljoen. Nederland maakt één hongerwinter mee, Wit-Rusland heeft drie jaar honger. Nederland verliest in de tweede wereldoorlog 260.000 mensen, een gruwelijk aantal. In Wit-Rusland vallen ruim 2.5 miljoen doden, dus bijna een derde (!) van de bevolking overleeft de oorlog niet.

Dat nooit weer, zeiden we na de oorlog tegen elkaar. Maar wie denkt nog weleens aan die uitspraak?

Deel dit:

Zij overleefde 872 dagen belegering van Leningrad

Afbeelding voor

De belegering van Leningrad door de nazi’s duurde van 8 september 1941 tot en met 27 januari 1944. In die 872 dagen kwamen er ruim een miljoen Russen, voornamelijk burgers, in de stad om. Er waren ook overlevenden, zoals Ksenia’s oma die als ooggetuige met een actieve rol de meest gruwelijke dingen meemaakte. 

Loopgraven aanleggen op je 17e

Op haar 17e is ze één van de ruim 700.000 burgers die na de Duitse inval door de Russische legerleiding is opgetrommeld om van Leningrad (nu Sint-Petersburg) een grote vesting te maken. Honderden kilometers stellingen worden gegraven en talloze bunkers en schuilkelders aangelegd. Rioleringen worden omgebouwd tot ondergrondse sluipwegen en kinderen zamelen lege flessen in voor de productie van molotovcocktails. Gedurende enige maanden kapt Alevtina bomen en hakt ze loopgraven.

Met de nazi’s voor de poorten van de stad ontbindt de legerleiding het arbeiderslegioen. De mannen worden met verouderde geweren, sabels en pikhouwelen naar het front gestuurd. De vrouwen krijgen verschillende taken in Leningrad. 

Alevtina brengt initieel gewonden naar het hospitaal en ze haalt lijken op. Later maakt ze deel uit van de brandweer en rent ze samen met bijvoorbeeld de beroemde componist Dmitri Sjostakovitsj op daken van huizen, fabrieken, theaters en musea om niet ontplofte Duitse brandbommen met een riek van het dak te gooien of om smeulende fosfor met zand te bedekken zodat de gebouwen geen vlam vatten.

Alleen tegen half europa

De Duitse aanval op Leningrad mislukt, waarna de nazi’s besluiten de stad met haar drie miljoen inwoners uit te hongeren. De Spaanse generaal Franco stuurt 12.000 vrijwilligers om Hitler te helpen en ook de Finnen, Hongaren, Bulgaren, Roemenen, Italianen, Esten, Letten en Litouwers dragen hun steentje bij. 

Voordat de volledige omsingeling een feit is, evacueert de Russische legerleiding zoveel mogelijk kinderen, gewonden en zieken. Alevtina blijft met haar werkende ouders achter in de stad die nu dagelijks zucht onder artillerievuur en bombardementen. Naast haar nachtelijke werk op de daken moet ze overdag met haar moeder op zoek naar voedsel en in lange rijen staan voor een klein beetje brood.

Elektriciteit is er niet meer en voor verlichting zijn mensen aangewezen op een kleine geïmproviseerde kerosinelamp. Brandstof daarvoor is schaars en kaarsen zijn er nagenoeg niet.

Gerichte aanvallen van nazi’s op pakhuizen met voedsel en drinkwatervoorziening

Alevtina haalt tot in de winter van 1941 dagelijks twee emmers schoon water bij de watertanks in de wijk. Grote boilers zorgen dat het water in de tanks niet bevriest. Nadat de Duitsers de waterleiding gericht hebben vernietigd, moet de hongerende bevolking, ook Alevtina, met emmers richting rivier de Neva om drinkwater te halen.

Behalve de waterleiding vernietigen de nazi’s ook de pakhuizen met voorraden graan, suiker en andere grondstoffen. Om de bevolking van brood te kunnen blijven voorzien voegen de creatieve bakkers gemalen meelzakken en – handdoeken toe aan het meel.

Begin 1942 besluit de legerleiding tot het slopen van houten huizen, omdat het brandhout van de bakkers op is. Ook Alevtina’s ouderlijke huis moet eraan geloven. Ter vervanging moeten ze zelf een huis uitzoeken van mensen die de stad ontvlucht zijn. Uiteindelijk vinden ze een klein huisje zonder badkamer, maar met een woonkamer, slaapkamer, een kleine keuken en toilet. Het is voor de rest van het beleg hun thuis.

De kat als redmiddel

De situatie in de stad wordt steeds slechter. Er is nauwelijks eten en mensen hebben geen energie meer om schoon drinkwater uit de rivieren te halen. Aan wassen denkt niemand en iedereen zit onder de luizen en ander ongedierte. 

Wekelijks overlijden duizenden mensen aan honger en ziekte. De lijken blijven achter in de straten en trekken muizen en ratten aan. Om plagen en epidemieën te voorkomen brengt de pragmatisch ingestelde legerleiding duizenden katten naar de stad.

Na de oorlog hielp ze Sputnik bouwen

In februari 1943 bezwijkt Alevtina’s vader. Samen met haar moeder sleept ze hem door de spierwitte sneeuw naar het kerkhof in de hoop hem daar in het voorjaar, als de grond ontdooid is, te kunnen begraven. Een bleke rozé winterzon is de stille getuige van het drama.

Vanaf het voorjaar van 1943 wordt het langzaam beter in de stad. De Russen beginnen in de strijd tegen de nazi’s de overhand te krijgen en steeds meer voedsel bereikt de stad. Door de vele overlijdens zijn er ook minder monden te voeden, waardoor er voor de overlevenden meer brood is. Pas op 27 januari 1944 is de stad weer vrij.

Wel 872 lange dagen duurt het beleg uiteindelijk en daarbij komen ruim 1.3 miljoen Russen om.

Alevtina overleeft de belegering samen met haar moeder en wordt voor haar harde werk onderscheiden als held van de stad. Na de oorlog werkt ze als technicus aan de accu’s van de Sputnik. 

Daar leert ze haar man kennen. Samen krijgen ze één kind. Ze heeft geen hekel aan Duitsers, wel aan oorlog. Alevtina is nu 98 jaar oud en woont nog altijd in haar geliefde stad.

Deel dit:

Albert Leonard Wittenberg

Afbeelding voor

Albert Leonard Wittenberg was voor de oorlog actief lid van de Communistische Partij Nederland (CPN) en van de linkse Bond van Surinaamse Arbeiders. Tijdens de oorlog was Wittenberg lid van het verzet. Met zijn vrouw nam hij bovendien de zorg op zich van de baby Betty van hun Joodse buren. 

In de zomer van 1944 werd Wittenberg opgepakt en begin september kwam hij aan in Kamp Vught. Toen dat kamp werd opgeheven vertrok hij met het laatste transport naar het concentratiekamp Sachsenhausen, om vandaar uit via Kamp Neuengamme richting de ondergrondse V2 fabriek Dora-Mittelbau getransporteerd te worden. Daar kwam de trein nooit aan, want ze strandden onderweg bij een klein station. Samen met 1015 andere gevangenen werd hij omgebraht in een veldschuur op het landgoed Isenschnibbe, even ten noordoosten van de stad Gardelegen.

Zijn vrouw overleefde de oorlog met hun beide kinderen en hun joodse stiefkind. De ouders van Betty kwamen om in Auschwitz. Dankzij Betty kregen Albert Wittenberg en zijn vrouw Janna Wittenberg-Jetten in 2011 postuum de Yad Vashem onderscheiding ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’.

Deel dit: