Krommenië

Voordat ik mijn hart verloor aan het toneel en acteren, programmeerde ik aan grote projecten voor dijkbewaking en online winkels. Het was de tijd dat internet net ontstond en we moesten alles uitvinden.
Dat winkelmandje dat je nu in elke shop vindt? Dat soort dingen bedachten we in anonieme vergaderkamertjes waar we we complexe discussies over het proces voerden en notities maakten op whiteboards die nauwelijks meer schoon te krijgen waren.
Een heel ander leven dus, maar zijdelings lees ik nog altijd wel wat IT nieuws en zo’n ingezonden brief in de New York Times die mijn vorige leven combineert met het huidige, brengt wel een grote glimlach op mijn gezicht (temeer daar ik een enorme hekel heb aan Microsoft vanwege het gebrek aan ethiek bij dat bedrijf).
Het grootste deel van mijn IT leven leefde ik in een programmeertaal waar inmiddels het halve internet mee werkt. Toen was het tamelijk nieuw. Uitgevonden in Nederland, maar – zoals met veel Europese vindingen gebeurt – op waarde geschat in de VS. Die taal kennen we als Python, gemaakt door de Nederlander Guido van Rossem.
Maar mijn allereerste ICT-stapjes maakte ik in de jaren ’90 met software van Microsoft. Dat is niet het scherpste mes in de keukenlade. Het is ook niet de veiligste software. Maar iedereen gebruikte het en dus was het makkelijk instromen. Ik verdiepte me in de programmeertaal die toen onder meer terug te vinden was in Excel en Word en waarmee je kleine programmaatjes kon maken die we macro’s noemden.
Mijn eerste grote en complexe project was het programmeren van talloze kleine programma’s voor de Waterschappen. Ja dat leest u goed: het bouwen van de controle-software voor de dijkbewaking in Nederland werd toevertrouwd aan een groot IT bedrijf, die het vervolgens liet uitvoeren door deze totaal onervaren migrant die de Nederlandse taal amper machtig was.
Om mijn uitspraak te verbeteren las ik de namen van de waterschappen die ik invoerde hardop voor: Hunze an Aa, Rijnland, Wetterskip Fryslan, enzovoort. En daaronder maakte ik de rayons aan en terwijl ik ze uitspraak, tikte ik ze blind in het systeem. Onbewust ontstond zo het nieuwe rayon Krommenië.
Na een paar maanden belde ik om data van een gemaal te checken en vroeg naar de regio met de klemtoon op de laatste lettergreep. Niemand wist over welk rayon of welk gemaal ik het had, hoevaak ik de naam ook herhaalde. Ik werk een paar keer doorverbonden en en kwam uiteindelijk terecht bij iemand die me vroeg de naam langzaam uit te spreken: Krom-mee-ni-je. Ah, Krommenië kenden ze niet, maar ze hadden wel een afdeling in Krommenie.