Vrijheid is niet vanzelfsprekend

Die eerste keer in een grote stad buiten de USSR herinner ik me als de dag van gisteren. Als een Alice in Wonderland viel ik van de ene in de andere verbazing. Alles dat in dat nieuwe land als vanzelfsprekend ervaren werd, was voor mij bijzonder.
In de Sovjet-Unie was eten noodzaak, iets dat je vaak solo tussendoor deed, maar in die mooie stad waar ik als vluchteling terechtkwam was het een avontuur dat je met elkaar beleefde. De lokale keuken met al die salades en de gegrilde vis was fantastisch. Net als de sfeer. En dan had je er supermarkten met ingrediënten uit talloze andere culturen, zoals Grieks, Ethiopisch, Japans, Marokkaans, Italiaans, Frans en noem maar op. Ik keek mijn ogen uit, en rook en proefde de grote wijde wereld. Het was bevrijdend, alsof er in Israël een sluier van mijn hoofd werd getrokken.
Echte vrijheid vond ik in het brede aanbod in de media, theaters, kranten, tijdschriften en boeken. De boodschap werd niet centraal bepaald door één eigenaar en ik kon alles tot me nemen. Ik zag en las dingen waar ik niet op voorhand enthousiast over was, maar die me prikkelden en vormden.
Vrijheid is niet vanzelfsprekend
Nog altijd lees en kijk ik veel buiten mijn comfort-zone. En dat is best veel werk, want het betekent dat je moet zien te ontsnappen aan de vele feeds op op social media, inclusief de apps van kranten en omroepen. Hun algoritmen zijn gericht op dwangvoeding. Ze proberen je in een silo te vangen en houden die silo zo klein mogelijk, want dan ben je voor een adverteerder het meeste waard. Regelmatig heb ik hier ook gesprekken met vakgenoten over en probeer ik ze er subtiel op te wijzen vooral ook buiten hun bubbel te lezen. Vrijheid is niet vanzelfsprekend, het komt met de verplichting er goed voor te zorgen en dat begint bij jezelf, door uit die bubbel te stappen en actief te gaan lezen.
Miru Mir

Vroeger in Kharkiv hing de stad vol met billboards met daarop “Miru Mir”, hetgeen zoiets betekent als “Vrede voor de Wereld”. Dit goedgevonden woordenspel is mogelijk omdat het woord “Mir” zowel “Vrede” als “De wereld” betekent. Door beide woorden achter elkaar te zetten en te ondersteunen met een passende afbeelding suggereerde de Sovjets dat “Communisme” en “Vrede” gelijkwaardige concepten zijn. De hele propaganda-campagne leunde op de valse tegenstelling waarin Sovjets goed zijn en iedereen met afwijkende gedachten een fascist is.
Dat “Wij” tegen “Zij” denken is nog altijd een veel gebruikte truc in politieke communicatie waarin impliciete voorwaarden worden gesteld. Zoals de Sovjets zich indertijd presenteerden als een vredelievende stroming, doen andere extremisten dat vandaag de dag. Ze zeggen uit te zijn op Vrede, maar bedoelen een oplossing op hun voorwaarden, zonder andersdenkenden.
Sport als middel om superioriteit te tonen
Het communisme gebruikte sport als middel om superioriteit te tonen ten opzichte van het rijke en verwende westen. Tot er dopingcontroles in werden gevoerd ging dat eigenlijk heel goed. Ook tussen de staten onderling was sport een belangrijk middel om rangen en standen te bepalen. Er waren veel regionale kampioenschappen tussen sporters, maar ook tussen ambtenaren en soldaten.
Tussen 1949 en 1954 was er zelfs een officiële competitie tussen “ondervragers”. Je moest dan bewijzen hoe goed je in staat was om informatie uit iemand te krijgen. Wedstrijden duurden vele uren, want gevangenen moesten uiteraard worden uitgeput. Doelstelling was het verkrijgen van een “vrijwillige verklaring van schuld”. De winnaar won een aantal boeken en eeuwige roem.
Museum van het Communisme

Als u daar meer over wilt weten, dan raad ik u aan om het “Museum van het Communisme” in Praag te bezoeken. Ik vind zo’n bezoek een must voor iedereen die vindt dat Communisme nog nooit geprobeerd is. Ook voor al die mensen die in Nederland demonstreren onder die vlag met een hamer en sikkel. Daar in Praag leer je ook hoe het bejubelde Communisme omging met andersdenkenden en dan je ontdek je waar concentratiekamp Auschwitz na de tweede wereldoorlog voor gebruikt werd.