YES! Hyped! High fives!

Daar is dan de opvouwbare iPhone. Duo noemen ze hem. Ik las het op een blog van een vriend in Rehovot. Daarop zag ik een video van iemand die hem openklapte. Ja, die transitie van dat scherm aan de buitenkant naar binnen is prachtig bedacht en geweldig gemaakt. Het zijn details waar ik Apple om waardeer. Maar in mijn vorige leven zou ik onbewust al die verschillede scherm-opties (open, split-screen, op zijn kant 1, op zijn kant 2, op zijn kant 3, geknikt, als wasknijper, gewoon dicht) geteld hebben, wetende dat ik daar code voor moest maken. Het nieuwe apparaat is vanaf eind oktober te bestellen en op de forums las ik vooral veel onbegrip over die levertijd.
Het online winkelmandje uitvinden
Vroeger deed ik databases, online-architectuur en bijzondere interfaces. Ver voordat we online winkels hadden, bedachten we hoe dat er uit moest zien. Hoe het moest werken. En maakten we het. Het waren grote projecten, vol nieuwe technologie van softwarehuizen die ook geen idee hadden waar de wereld naartoe ging. Google bestond nog niet en Yahoo was niet meer dan een online gouden gids waar elke website in lijstjes stond. Zoeken deden we met Archie en Altavista. Voor chat hadden we IRC en het Israëlische ICQ. Een automatisch mailtje met daarin de bevestiging van je bestelling was een gigantische innovatie. Dat pionieren was een intense verslaving.
Oud en Nieuw in Ein Gedi

Voor een stevig gefinancierde medische startup maakten we in Nederland een revolutionair online platform. Het omvangrijke projectteam van de klant had het uitgebreid getest en was zeer tevreden. Met oog op verzekeringen en kalenderjaren moest het precies op 31 december om middernacht online. Dat mocht expliciet niet geautomatiseerd, want de opdrachtgever wilde geen risico op fuckups. Handwerk dus, op oudejaarsavond, met als bijkomend probleem dat we met de hele ploeg naar Israël zouden gaan om in Ein Gedi de jaarwisseling vieren.
In die prachtige botanische tuin aan de Dode Zee hadden we huisjes gehuurd om met elkaar een paar weken lol te hebben. Hard werken, grandioos ontspannen. Dat idee. We keken er erg naar uit en waren niet van plan het project roet in het eten te laten gooien. We konden voor het live zetten natuurlijk een externe partij in Nederland inhuren, maar dat was onze eer te na. Nee, we zouden het zelf doen, want het was 5 minuten werk en in die huisjes in Ein Gedi was vast iets van internet.
We arriveerden er op 29 december om gelijk de Dode Zee in te springen. We dreven, genoten van modderbaden en cocktails. En van de BBQ van de Bedoeïenen iets verderop. Het leven was verrukkelijk.
Geen internet

Op 30 December ontdekten we “al” dat onze huisjes geen internet hadden. Dat gold trouwens voor de hele Kibbutz. En ook onze mobiele telefoons zaten zonder dekking. Dat is nu niet meer voor te stellen, maar ook in delen van West-Europa best gebruikelijk. Voor die situatie hadden we daarom modems met kabels bij ons, dus werd het ‘ouderwets inbellen’. We regelden een vast telefoonnummer en zorgden dat onze vaste lijnen op kantoor in Nederland werden doorgeschakeld. Ook de medische klant gaven we “ons” vaste telefoonnummer door, want we wisten zeker dat zij zouden gaan bellen.
Om half 12 op oudejaarsavond, in Israël was het door het tijdsverschil reeds half één, gingen twee collega's aan het werk. Ik bleef met de rest bij het kampvuur. Maar binnen 5 minuten waren ze terug: de inbelverbinding deed het niet. De telecomprovider lag plat. En de twee backup-providers ook. Ze waren overbelast. Wat nu?
Stress.
Alle hens aan dek
We besloten servicenummers van infrastructurele partijen in Nederland te proberen. Nutsbedrijven enzo. Mogelijk konden we via die route ergens binnen konden komen en dan via een omweg online zien te komen. Strict legaal was dat niet trouwens, maar nood breekt wet. Laptops kwamen uit de tassen en we gingen aan de slag.
Op een gegeven moment hadden we een verbinding en iets van internet. Het was traag, maar dat was heel internet in de vorige eeuw. Commando’s tikten we met de hand, maar reacties van servers in Nederland lieten lang op zich wachten.
Met elkaar zaten we op een rijtje. Teveel mensen in een te kleine ruimte aan een te kleine tafel. Laptops, champagne en bamba’s. En stress. En maar tikken, terwijl we door elkaar de statussen riepen, en modems met kraken en piepen bevestigde dat er dataverkeer over en weer ging.
Was er iemand digitaal binnen bij een nutsbedrijf of ministerie? Ja! En via die omleiding hadden we toegang tot internet. Van online beveiliging was toen nauwelijks sprake.
Had onze server de instructies ontvangen? Ook dat leek het geval.
Volgende stap: toegang tot onze software regelen. Het duurde eeuwig, maar er kwam antwoord. De overwinning hing in de lucht, we voelden het.
Nu de applicatie vertellen dat de beveiliging eraf moest.
Het was precies middernacht toen we met die ene ‘enter’ het bevrijdende commando gaven.
En de bevestiging kwam terug: de site was voor iedereen bereikbaar via internet.
YES! Hyped! High fives!
De vaste telefoon ging. Het was de project-directeur van de klant en hij was door het dolle heen. Zijn applicatie was online en hij vond het helemaal fantastisch.
Door het oog van de naald
We klapten de laptops dicht om de adrenaline eraf te wandelen. We liepen tussen de palmbomen, de Jordaanse bergen spiegelden in de Dode Zee.
De volgende dag checkten we het platform en alles was goed. Er was geen verkeer, dus geen bezoekers, maar dat was niet gek voor iets heel nieuws.
Drie weken later waren we terug in Nederland. Op op TV en in de dagbladen zagen we de advertenties van de opdrachtgever, met daarin de naam van de applicatie en het adres van de website. Tot onze schrik werd niet de officiële website gemeld, maar het adres van de internetsite die gebruikt was om te testen.
Uh oh!
We checkten die testomgeving en die had inderdaad veel bezoekers. En veel inschrijvers. Maar geen backups en geen stevige beveiliging. Dat fixten we, waarna we de opdrachtgever informeerden. Die gaf zijn reclamebureau de schuld, alsof zijn projectteam niet iedere advertentie had gecontroleerd en hij de boel niet had afgetekend.
Het zijn van die stressvolle, oog door de naald, situaties waar ik bij zo’n presentatie van - in dit geval een nieuwe iPhone - aan terug moet denken. Apple presenteerde twee kleuren, met een levertijd dus vanaf eind oktober. Hoe groot is de kans dat die datum nog op het allerlaatste moment werd verschoven, omdat de verantwoordelijke er achterkwam dat hij/zij/x de afgelopen weken naar verkeerde schermen heeft zitten kijken?