Leerzame tentoonstelling in Neurenberg

Dat nieuwe museum in Neurenberg leerde me hoe de nazi-beweging het intelligente en zelfbewuste deel van de Duitse bevolking wist te bereiken. De paralellen met de situatie nu zijn onthutsend, al wordt de actualiteit in Neurenberg vermeden. De voortreffelijke tentoonstelling geeft een ontluisterend inkijkje in de werking van propaganda. De nazi’s wilden niet alle Duitsers overhalen om op ze te stemmen, maar probeerden vooral begrip te kweken voor hun visie. Met eindeloze en massale herhaling van hapklare slogans kweekten ze draagvlak voor leugens. Als dat er eenmaal was, dan zou het intelligente deel vanzelf wegkijken van rafelrandjes en de beweging later het voordeel van de twijfel geven.
De Duitse stad Neurenberg speelde een centrale rol in de geschiedenis van de nazi’s. Vóór de Tweede Wereldoorlog gebruikte de NSDAP de stad voor enorme propagandabijeenkomsten (de Rijkspartijdagen). Na de oorlog werd Neurenberg juist de plek waar de geallieerden een aantal nazi-kopstukken berechtten. Over die rechtszaken verscheen onlangs nog de film “Nuremberg”, met Russel Crowe als Hermann Göring; ook een aanrader. Ik ging naar Neurenberg voor het “Dokumentationszentrum Reichsparteitagsgelände”, de pas geopende tentoonstelling over de opkomst van het fascisme in Duitsland.

In de jaren 20 organiseerden de nazi’s door het hele land kleine, zogenaamd spontane, demonstraties, waar partijleden met vlaggen en slogans tegen betaling een gezicht gaven aan de nazi-partij. Met bussen, en voorzien van voorgedrukte borden, spandoeken en vlaggen, werden deze demonstranten door het land gereden om het land te ontregelen en de visie onder de aandacht van burgers en media te brengen. Na de "spontane demonstraties" leverden demonstranten hun borden en vlaggen in, en werden betaald. Dan konden ze zich ook opgeven voor nieuwe "spontane protesten". Naarmate het draagvlak toenam, werden bijeenkomsten groter, en gewelddadiger jegens andersdenkenden, inclusief kritische journalisten. Het resultaat kennen we.
De tentoonstelling is nog lang niet af en beperkt zich op dit moment vooral tot periode van na de eerste wereldoorlog tot en met de tweede wereldoorlog. Het gaat nu vooral over propaganda, de rol van gekleurde media en het selectief handelen van bestuurders. Je bent er minimaal zes uur zoet en kippenvel is gegarandeerd.
