Elke maand gratis nieuwsbrief:

Onverschilligheid troef

En dan druk ik me mild uit.

“We hebben het bericht gezien, maar plaatsen het niet. Eén van de voorstellingen vinden we niet kunnen.”

De redacteur van een groot dagblad vertelt ons dat zijn werkgever mijn voorstelling ‘Arum dem Fayer’ omstreden vindt. Het is geen voorstelling die Israël verheerlijkt of Netanyahu op een schild hijst. Het is ook geen lofzang op wat in Gaza gebeurt. Arum dem Fayer is mijn verhaal over een Joodse achtergrond die we vroeger verborgen moesten houden, gedrag waar ik nog altijd last van heb.

Niet meer, niet minder.

Maar je als Jood moeten verstoppen is actueler dan ooit. Ik hoopte dat we dat nooit meer zouden hoeven doen. Maar “dat nooit meer” blijkt een lege kreet.

Zondag stond een Nederlandse burgemeester de Hitlergroet op straat toe. Ze vond het prima dat er antisemitische liederen werden gezongen en had er geen moeite mee dat we dood werden gewenst.

De pijlen werden niet gericht op Netanyahu, Herzog, of de Israëlische regering, maar op Joden. Als dat geen antisemitisme is, dan weet ik het niet meer.

Op de foto draag ik een Jodenhoed. Die was in de middeleeuwen verplicht. Dan wist je dat je te maken had met een Jood. Ik ben benieuwd wanneer we die hoed weer verplicht op moeten.

Ook ben ik benieuwd wie er van mijn Nederlandse vrienden opstaat. In mijn voorstelling ‘Zij zagen Oorlog’ leg ik uit dat er altijd een keuze is. Vooralsnog ervaren Joodse Nederlanders op zijn best onverschilligheid.

Bij Jonet stelt Naomi Italiaanser het zelfs scherper: “Inmiddels zijn wij vijf maanden verder en het sluimerende antisemitisme sluimert niet meer, maar is een gegeven, een hype en iets waar je eigenlijk trots op mag zijn”. Zo bruut heb ik het in mijn kennissenkring niet meegemaakt, maar de trend zie ik zeker.

Deel dit: