Het fornuis

Afbeelding voor None

Toen we terugkwamen bij onze uitkijkpost signaleerde mijn maat: “Ze zitten er weer, 2e verdieping, 1e raam van rechts.” Ik volg zijn vinger en zie duidelijk het groene glas van hun nachtkijker. 

We zitten een 40 meter uit elkaar. Zij dus op de 2e verdieping, wij op de derde. Zij houden ons in de gaten met hun nachtkijker, wij horen hen dankzij het krakende glas onder hun voeten. 

Op elkaar schieten heeft niet zoveel zin. Bovendien kennen we elkaars taktieken. Zij weten dat we niet aan kunnen vallen en wij weten dat zij met te weinig zijn. Ze houden ons in de nacht in de gaten, schieten bij het krieken van de dag een paar granaten af en gaan er dan vandoor. Zo gaat het al dagen. 

Bommen en granaten

Dat wij niet aanvallen heeft te maken met het comfortabele appartement dat we geconfisceerd hebben. Die heerlijke grote bedden willen we niet kwijt. Na maanden van afzien, hebben we alle orders genegeerd en een keer gekozen voor luxe, welliswaar zonder nooduitgang. 

Eén granaat door de ventilatieopening en we zijn er allemaal geweest. Onze enige remidie daartegen is om ze goed in de gaten te houden. Als de Tsjetjenen aanvallen, dan hebben we één kans om te ontsnappen. 

Afhankelijk van hun route kunnen we de trap af naar de hoofduitgang, of naar het balkon waar één van ons vieren altijd de wacht houdt. Maar met Tsjetjeense sluipschutters in de buurt is die route een soort Russische roulette waar er tenminste één van ons altijd aan het kortste eind gaat trekken.

Het wordt dag en onze wachtpost hoort twee korte fluitsignalen. Even later ploffen de granaten ten teken dat de opstandelingen er vandoor gaan.

Sporen in het stof

De volgende avond zien we de nachtkijker niet. Ze zijn er dus waarschijnlijk niet. Gedurende de hele nacht zien we geen activiteit. 

Bij het eerste licht kunnen mijn maat en ik onze nieuwsgierigheid niet langer bedwingen. In de schemer sluipen we richting die tweede verdieping, terwijl de andere twee van onze eenheid de wacht houden en ons dekking geven. Er valt geen schot en als je niet beter weet zijn we aan het urbexen. 

In de dikke laag stof op de grond van het appartement op de tweede verdiepingen zien we sporen van legerlaarzen en sportschoenen. De laarzen zijn vast van de sluipschutter met de nachtkijker, want die sporen zien we vooral bij het raam. De sportschoenen zijn van zijn maat die hem dekking moet geven en met granaten en munitie zeult. 

Prachtig staaltje Russisch fabrikaat

In de kleine keuken die bij het appartement hoort vinden we op de grond een raketwerper van Russische makelij. Hij blijkt vastgelopen en de granaat zit er nog in. Tja, dat gebeurt soms. 

De Tsjetjenen hebben de raketwerper dus de trap op gedragen en gepoogd ons appartement onder vuur te nemen. Toen dat mislukte omdat de raketwerper dienst weigerde hebben ze het ding op de keukenvloer gegooid en zijn ze er vandoor gegaan. 

We lachten erom. Wij leven dus nog dankzij dit prachtig staaltje Russsisch fabrikaat. Vast in elkaar gezet door een dronken of slecht gemotiveerde metaalbewerker. Ach ja, je kan het slechter treffen. 

De hel breekt los

In de keuken staat een klein fornuis voor 1 pan. Aangezien we in ons luxe appartement zo’n ding niet hebben, nemen we de pit mee. 

Bij het verlaten van het gebouw schiet er aan de Tsjetjeense kant een lichtkogel omhoog. Ze hebben blijkbaar die twee Russische idioten met dat fornuis gezien en maken zich klaar voor de afrekening. 

We begrijpen wat komen gaat en als berggeiten rennen we over de bergen puin van de kapotgeschoten stad naar ons appartement. Kogels en granaten vliegen ons om de oren, maar onze schat verliezen we natuurlijk niet. 

Afkicken

Hard lachend rennen we we ons appartementencomplex in. Eenmaal binnen vallen we op de grond van het lachen en rollen in het stof. Buiten woedt de oorlog. Ruim een half uur bulderen we van het lachen om onze zenuwen eruit te gooien. 

Op dat moment is mijn wereld niet groter dan dat fornuis en mijn maat waarmee ik dit hachelijke avontuur beleefde. Hij is de belichaming van alles dat leeft en gebeurt. Hij is mijn familie en mijn beste vriend. Voor hem doe ik alles, zoals hij dat voor mij doet. 

Nawoord

Ervaringen van Arkadoe Babsjenko, soldaat tijdens de tweede Tsjetsjeense oorlog van 1999 tot 2010, de eerste periode waarin Vladimir Poetin President was van de Russische federatie. De oorlog begon nadat Islamitische strijders in Dagestan een onafhankelijke republiek uitriepen. Poetin accepteerde dat niet en liet het Russische leger keihard en met de zwaarste wapens ingrijpen. Het duurde ruim tien jaar totdat de Russen de rebellen hadden uitgeschakeld. Het is onbekend hoeveel doden er vielen, maar over het algemeen spreekt men over 50.000 tot 250.000 doden.

Deel dit: