Nachtheks

Afbeelding voor

In totale stilte glijdt het houten vliegtuig door de nacht. Het zoekt een nederzetting gelegen in de buurt van Mozdok, een stad in het noorden van de Kaukasus. Het gaat om een dorpje met drie of vier houten gebouwen, waar eerder die avond een aantal Duitse voertuigen is gezien.

Aan de stuurknuppel zit de 24 jarige Tataarse Olga, piloot bij het 588ste Russische bommenwerper regiment. Deze eenheid vliegt verouderde Polikarkov tweedekkers en heeft uitsluitend vrouwelijke piloten. 

De nazi’s kennen het regiment als de “Nachtheksen”. De bijnaam refereert aan de aanvalstechniek waarin de piloten ruim een kilometer voor het doel de motor van hun trage vliegtuig uitzetten en zo onhoorbaar naar het doel zweven om daar dan met uiterste precisie hun bommen te laten vallen. 

Het is haar vijfde missie van de nacht en vast niet de laatste, zo weet Olga. De fascisten hebben het Rode Leger met de rug tegen de machtige rivier de Wolga gedrukt. In een paar gebouwen langs die rivier houdt het leger van de USSR in de stad Stalingrad stand tegen een overmacht aan Duitsers, Italianen, Hongaren, Roemenen, Italianen en Nederlanders. Olga vecht verder naar het zuiden, waar ze in de bergen van de Kaukasus probeert te verhinderen dat de nazi’s de olievelden innemen. 

Het is koud in de open cockpit en dat vindt Olga fijn, want de frisse wind helpt haar om wakker te blijven. Zonder motor hoort ze alles wat er om haar heen gebeurt en in de duisternis zijn haar oren haar eerste verdediging. 

De Polikarpov PO-2 dubbeldekker is gemaakt in de jaren ’20 om akkers te besproeien. Het bestaat voornamelijk uit hout en stof en is erg brandbaar. De Rode luchtmacht noemt het daarom “Kerosine lantaarns”. Het toestel is uiterst traag, maar daardoor juist erg wendbaar. Als landbouwvliegtuig kan het overal optuigen en landen en is het bovenal betrouwbaar en makkelijk te onderhouden

Op links hoort Olga een andere tweedekker. De bedoeling is dat die langs het doel vliegt om verwarring te zaaien en luchtafweergeschut te misleiden. Rechts van haar moet haar vriendin Zoya vliegen.

Ze hebben elk zes fragmentatiebommen van twintig kilo bij zich. Dat zijn geen zware bommen en het zijn er niet veel, maar als je die precies boven op het doelwit gooit dan is alles behalve een zware tank kapot. Van mensen blijft helemaal niets over. 

Ze zweeft nu een meter of 10 boven de bomen en speurt in het donker naar een weg die daar ergens beneden moet lopen en die haar naar de nederzetting zal leiden. In het flauwe licht van haar zaklamp ziet ze op een kaart dat het niet ver meer kan zijn. 

Daar! Het einde van de bomenrij. Haar kameraden hebben het ook gezien en vliegen van haar weg om aan de andere kant van het dorpje voor onrust te zorgen, zodat de bommenwerper ongezien het doel kan bereiken.

Olga pakt met beide handen de beugel van haar stuurkolom vast en trekt de tweedekker meer horizontaal. Onmiddellijk neemt de snelheid af. Ze draait het vliegtuig iets van koers, zodat zij en haar waarnemer in de stoel achter haar een beter overzicht hebben. 

Ze zien het dorpje liggen. Drie huizen, wat schuren en een loods met twee verdiepingen. Het is inderdaad niet ver meer. Ze knijpt in de stuurkolom en stuurt het toestel naar rechts. Daar gaan ze, voor de vijfde keer deze nacht. 

Olga zweeft over het dorp. Ze hoort het ruisen van de wind langs de staalkabels van de dubbeldekker. Beneden schreeuwt iemand en er valt een schot. En nog één.

Ze drukt de stuurkolom naar voren en dwingt het houten vliegtuig in een kleine duikvlucht. Ze mikt op de plaats tussen de loods en één van de huizen. Ze ziet een aantal deuren open gaan en begint te tellen drie, twee, één en weg zijn de bommen. 

Ze trekt de stuurkolom zo ver ze kan naar zich toe, zodat het vliegtuig uit de duikvlucht komt en een weg naar boven zoekt. Beneden klinken nu meer schoten, gevolgd door een serie explosies van de bommen. Olga start de motor en stuurt naar rechts, weg van de vijand. 

Vlammen verlichten de omgeving en Olga vliegt met een boog terug naar het dorp. Ze heeft geen bommen meer, maar nu is het haar beurt om de vijand af te leiden. 

Ze vliegt wild om en over het dorp, terwijl haar waarnemer de situatie in de gaten houdt en de aanval van haar kameraden volgt. De Duitse luchtmacht laat zich gelukkig niet zien. 

Zoya valt als laatste aan. Vanuit het kleine dorp wordt nu met zware machinegeweren terug geschoten. De lichtspoormunitie trekt witte strepen door de lucht en Olga ziet de bommen op de loods vallen. 

Ze verzamelen boven het bos en vliegen met zijn drieën terug naar de basis. De tweedekkers van Olga en Zoya zijn redelijk beschadigd. 

De dames vertrekken naar de kantine om daar bij de kachel en met een kop hete thee warm te worden. Terwijl de toestellen worden volgetankt en voorzien van nieuwe bommen, zijn technici met naald, draad en lijm in de weer om de schade te herstellen. Over 20 minuten vertrekken ze weer, want de kaarten en instructies voor de zesde missie van die nacht worden bij de thee geserveerd.

Deel dit: