Elke maand gratis nieuwsbrief:

Een nieuw begin

“Heeft u een afdeling gevonden voorwerpen?”

Een jongeman van een jaar of 25 kijkt me verwilderd aan.

“Ik ben op zoek naar een fotoboek. Dat zijn we in dit hotel kwijtgeraakt.”

Mijn gedachten gaan ik terug naar begin jaren ’90 van de vorige eeuw toen ik met mijn familie werd opgevangen in een kamertje in dit hotel in Jeruzalem. We woonden daar tot er ergens een appartement beschikbaar was. Dat duurde uiteindelijk een half jaar.

Die enorme receptie met die marmeren vloer was onveranderd. Over die vloer hebben tienduizenden mensen zoals ik gelopen. Mensen die niet geliefd waren in het land waar ze geboren zijn. Maar ook mensen die actief vervolgd en vermoord werden in hun geboorteland, zoals bijvoorbeeld Ethiopiërs. Na hun evacuatie kusten ze in Jeruzalem die marmeren vloer, omdat ze wisten dat ze eindelijk een veilig thuis hadden.

Wij deelden de 15e verdieping met talloze Ethiopische gezinnen. In de nooduitgang hadden we met elkaar een piepkleine keuken. Daar waren altijd mensen druk in de weer. De geuren die ik rook, wow!

We hadden dagelijks verplicht les in de taal en cultuur van het land en meerdere malen per week ging ik daarnaast naar een vrouw die me hielp met de uitspraak. Zij was in Jerusalem geboren, net als haar ouders en haar voorouders. Zij was over de 80 toen ze mij in 1991 hielp met mijn Hebreeuwse uitspraak. Ze is dus geboren in het Ottomaanse Palestina. Op papier verhuisde ze drie keer: van het Ottomaanse Palestina naar het Engelse Palestina naar Israël, maar fysiek woonde ze nog altijd op dezelfde plek als haar voorouders.

Dit jaar was ik voor het eerst terug in dat hotel. Ik stond bij de receptie en liep over die marmeren vloer. In mijn gedachten zag ik die Ethiopiërs weer de vloer kussen. Die grote bruine ogen vol tranen van vreugde. Ze waren letterlijk aan de dood ontsnapt. Die emoties zijn niet beschrijven.

“Wanneer heeft u dat fotoboek verloren en in welke kamer verbleef u?” De vragen van de receptionist brachten me terug naar nu.

“Wanneer?” zei ik, terwijl ik hem aankeek. “Eh, een jaar of 30 geleden.” Ik realiseerde me dat hij toen nog niet geboren was.

Hij lachte en zei verontschuldigend: “We bewaren gevonden spullen 30 dagen, geen 30 jaar. Sorry.”

Deel dit: