Albert Leonard Wittenberg

Afbeelding voor

Albert Leonard Wittenberg was voor de oorlog actief lid van de Communistische Partij Nederland (CPN) en van de linkse Bond van Surinaamse Arbeiders. Tijdens de oorlog was Wittenberg lid van het verzet. Met zijn vrouw nam hij bovendien de zorg op zich van de baby Betty van hun Joodse buren. 

In de zomer van 1944 werd Wittenberg opgepakt en begin september kwam hij aan in Kamp Vught. Toen dat kamp werd opgeheven vertrok hij met het laatste transport naar het concentratiekamp Sachsenhausen, om vandaar uit via Kamp Neuengamme richting de ondergrondse V2 fabriek Dora-Mittelbau getransporteerd te worden. Daar kwam de trein nooit aan, want ze strandden onderweg bij een klein station. Samen met 1015 andere gevangenen werd hij omgebraht in een veldschuur op het landgoed Isenschnibbe, even ten noordoosten van de stad Gardelegen.

Zijn vrouw overleefde de oorlog met hun beide kinderen en hun joodse stiefkind. De ouders van Betty kwamen om in Auschwitz. Dankzij Betty kregen Albert Wittenberg en zijn vrouw Janna Wittenberg-Jetten in 2011 postuum de Yad Vashem onderscheiding ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’.

Deel dit: