Ksenia - algemeen Zij zagen oorlog

Wat een mazzel

Mijn grootouders spraken in de USSR onderling Jiddisj, al probeerden ze dat voor mij verborgen te houden. Ze vonden het beter dat ik van die Joodse achtergrond niets mee zou krijgen, want in de USSR was je als Jood een tweederangs burger. Maar de slaapliedjes die ze voor me zongen nestelden zich in mijn hart. En als ik de klanken hoorde, dan werd ik warm van binnen. 

Jiddisj lijkt een Duits dialect, met Slavische en Hebreeuwse invloeden. Een taal die veel woorden leende aan het Nederlands, zoals gein, jatten, kapsones, gabber en mazzel. Om er maar een paar te noemen. Hoe meer ik me in die taal verdiepte, hoe vreemder ik het vond dat mijn grootouders die zo diep in Oekraïne spraken. 

Het onderzoek naar die oorzaak bleek een verhaal van vluchten, pogroms en andere ellende. Verdreven, en eeuwenlang overal en nergens gewoond. Mijn grootouders  kwamen zo terecht in Charkiv, een grote industriestad in de USSR. Omdat mijn opa in een tankfabriek werkte, werd de familie met de fabrieken geëvacueerd. Daardoor overleefden ze de tweede wereldoorlog. Achter de Oeral hielp mijn opa de tank ontwerpen waarmee de USSR de oorlog won, maar eenmaal terug in Charkiv was hij na de oorlog weer gewoon die tweederangs burger. 

Ik vluchtte ook en kwam uiteindelijk in Nederland terecht, om mijn thuis te vinden in Zwolle. In die prachtige groene hanzestad woon ik al bijna 30 jaar. Ik werd er Nederlandse, trouwde in de prachtige Statenzaal, en werd moeder van een blauwvinger. In de historische Synagoge in die oude binnenstad leerde ik zingen in het Jiddisj, de taal van mijn voorouders.

En vandaag speelde ik op die plek mijn filosofische voorstelling “Zij zagen Oorlog”. Het was bomvol, het was magisch.

Deel dit: