Ksenia - algemeen

Hoop

Op de Ierse TV zag ik een interview met Boy George, het icoon dat voor San Marino meedoet aan het Eurovisie songfestival. Zijn open mind doet me sterk denken aan Boris Grebenshchikov, waar ik onlangs nog met mijn dochter naartoe ging.

In de USSR zong Grebenshchikov vroeger over straatvegers en wakers. Hiermee doelde hij op de vrije creatieven die in de Sovjet-Unie vaak een eenvoudig baantje namen om aan de werkverplichting te voldoen. Werkelozen waren  parasieten volgens de Communistische Partij en werkloosheid was strafbaar. Als stoker of nachtwaker was je werkboekje compleet, terwijl je dankzij het eenzame werk in je hoofd kon creëren. Boris was een zgn. “vrije rockmuzikant”, de stem van de creatieven, ongewenst door de overheid.

De eerste paar regels uit een song zetten gelijk de toon:

Een generatie van straatvegers en bewakers.

is elkaar kwijtgeraakt in een grenzeloos en weids verschiet.

In de tijd waarin er helden zijn bij de vleet,

Pennen zij geen betoog. En zij zingen niet mee.

Ze staan als stevige treden,

terwijl de brandende olie door trappenhuizen gutst.

Om te repeteren reisde hij van zijn woonplaats Leningrad naar een oefenruimte in een klein stadje, zo’n 2 uur verderop. Want in de miljoenenstad durfde niemand het aan om hem een ruimte aan te bieden. Hij kon in de USSR geen plaat maken, want hij was niet een door de overheid erkende kunstenaar.

Dat veranderde in 1987, toen een tape met een opname zijn weg vond naar het buitenland en op LP werd gezet. Dat eerste album was zo populair dat de Sovjets er niet omheen konden en dus besloten hem dan maar te omarmen.

Boris Grebenshchikov gaf ons vroeger hoop. Zoals Boy George dat nu doet.

Als je geen tijd hebt voor de hele video van bijna 19 minuten, scroll dan naar 10:30.

Deel dit: