
Enige tijd terug kreeg ik “Geboren om te lijden”, een imposant boek over de Holocaust in Oekraïne. Daarin vind je indringende portretten en getuigenissen van 33 overlevenden. Dat zijn mensen die ontkwamen aan pogroms van de Duitsers, en hun Roemeense en Oekraïense bondgenoten. Die verhalen gaan je niet in de koude kleren zitten.

Lang hikte ik tegen het boek aan, want mijn geboorteland en de holocaust is niet een fijne combinatie. Alleen in Oekraïne werden in amper drie jaar meer dan 2 miljoen Joden vermoord. En voor de tweede wereldoorlog waren er al moordpartijen. Een deel van mijn familie overleefde die pogroms, maar de verhalen daarover zijn uiterst pijnlijk. Ik was bang om in de interviews die pijn van mijn voorouders tegen te komen.
De Tweede Wereldoorlog bracht een systematische industriële vernietiging van het Joodse ras. Mensen die werden gedood om hoe ze geboren waren, niet om wat ze zeiden, geloofden of deden. De bloedlijn was bepalend, keurig vastgelegd in de Rassenwetten van Neurenberg. De nazi’s kwamen een eind, want anno 2026 zijn er wereldwijd nog altijd minder Joden, dan er waren in 1939. En Oekraïne deed op grote schaal mee.
Aan herdenken deden ze vanzelfsprekend ook niet. Het duurde tot 1976 voordat er bij Babi Jar, het ravijn in Kiev, aandacht kwam voor de 100.000 tot 250.000 Joden die daar in luttele dagen werden vermoord. Maar het monument dat uiteindelijk werd geplaatst herdacht omgekomen Sovjet-Burgers en maakte niet duidelijk dat het bij de executies exclusief om Joden ging. Oekraïne zette dit direct na haar onafhankelijkheid recht en sinds eind 1999 staat er een monument dat de holocaust herdenkt.

Maar in dat uitgestrekte land zijn op veel locaties Joden omgebracht. Soms een paar, soms tientallen tot duizenden. Daar vind je geen monumenten met uitleg, want de meeste plekken zijn vergeten. Bewust of onbewust. Het zijn soms niet meer dan rare bobbels in een veld. De Nederlandse organisatie die dit boek maakte, heeft op vele plekken in Oekraïne monumenten geplaatst.

Ik herinner me goed dat dhr Roos, eindredacteur, me foto’s toonde van een bobbel in een bos. Op basis van een halve tip was hij afgereisd naar een dorpje. Daar vroeg hij voorzichtig of iemand zich iets van executies kon herinneren. Na veel moeite kreeg hij medewerking en bracht iemand hem naar dat bobbeltje tussen de bomen: het zoveelste anonieme graf van tientallen Joden.
De portretten in “geboren om te lijden” zijn uitvoerig. Ze geven een diep inzicht in de wortels van antisemitisme en vertellen over alle aspecten van leden van een stam die de consequenties moesten ondergaan. Het zijn diep ontroerende verhalen van pijn en ellende, van verraad en eenzaamheid, met hier en daar toch nog een sprankje hoop.

Een uitgebreide recensie over “Geboren om te Lijden” vind je hier.